renatesfanstory

Startspot.nl

Als startpagina - Bij je favorieten - Eigen startpagina

Dating

» Meer dating!

Aanmelden

Bekijk of de naam nog vrij is en registreer de naam:

.startspot.nl

Overzicht

Poll

Renatesfanfiction is..

Bekijk de resultaten

Dé personages.

Bill; de godheid.

Bill; de godheid.

Tom; de heilige <3

Tom; de heilige <3

Georg; de gespierde.

Georg; de gespierde.

Gustav; de Perfecte.

Gustav; de Perfecte.

LISAA

LISAA

thnx to Dorien<3

Lisa - kort haar

Lisa - kort haar

Sharon

Sharon

Sofie<3

Sofie<3

Dorien.

Dorien.

Soetkin

Soetkin

De 'schrijfster'

De 'schrijfster'

Dag lieve lezertjes. ;o

ik ben Renate, een meisje -wonderbovenwonder- van 14. Ik hou me vooral bezig met dictie, dans, muziek, m'n vrienden en gedichten/verhalen schrijven. Ik heb al het nodige meegemaakt, maar dat maakt me alleen maar sterker denk ik. 'k Hoop dat jullie evenveel plezier aan mijn verhaal beleven als ikzelf. Reacties zijn altijd welkom (; 'x Renate

- dank aan al mijn vrienden; Manu & Sofie & Dorien & Klaartj! & Elke & Elien! & Kanees & Mariekj & Kirsten & Leen & Eline & muchmore -

Broken eyes.

Broken eyes.

May I present you; Broken eyes.

M'n verhaal over TokioHotel.


Lisa had nooit durven dromen dat ze ooit oog in oog zou staan met haar grote idolen. Maar een fantastisch vakantiebaantje brengt haar droom in vervulling. Alleen loopt niet alles zoals Lisa het gehoopt had. Ze blijft maar struikelen over het verleden. Enjoy.

This is Lisa

This is Lisa

Ik ben Lisa Beddingdom - hoe mijn ouders me zo durfden noemen snap ik nog steeds niet - , 18 jaar en anders dan de grote massa. Ik ben geobsedeerd door muziek – TokioHotel, Nirvana, Greenday, Nickelback, Three Doors Down,… - en gedichten schrijven. M’n vrienden zijn, zoals 2 jaar geleden, nog steeds mijn leven. School, dat heb ik even aan de kant gezet, ik heb daar nu geen tijd meer voor. Alles ging allemaal zo rap. Maar wacht, ik zal bij het begin beginnen. Het begin van de grootste tocht die ik ooit heb gemaakt. De tocht die mijn leven een verassend andere wending gaf. De tocht die ik niet kan veranderen, moest ik het willen. De tocht die mij gemaakt heeft tot de persoon die ik nu ben.

Hoe het begon..

Hoe het begon..

Het begon allemaal zo’n twee jaar geleden, een week voor de grote vakantie…

Ik hang nu al drie kwartier aan de telefoon, hopend dat ik mijn nonkel toch zal kunnen overhalen. Ik zeg hem dat ik oud genoeg ben, wijs genoeg ben, dat ik er zelfs geen geld voor moet hebben. Dat ik hard ga werken en écht niet in de weg ga lopen. Ik moet gewoon koste wat het kost dat baantje bemachtigen. Dit is een kans uit de honderden, die ik niet mag laten glippen. Hoeveel tieners zijn er die in de vakantie mogen helpen bij de podiumbouwers van hun lievelingsgroep. M’n vrienden zullen nogal een gezicht trekken als ze te horen krijgen dat ik mee zal touren met de grootste band van het moment, de band waarvoor we al dagen in de koude en regen hebben gestaan. Maar voor ik begin met dromen moet ik eerst m’n nonkel weten te overhalen. Mijn ouders vinden het allemaal oke, ze geven er niet om dat ik de volle twee maanden zal weg zijn en daar gewoon mijn plan zal moeten trekken. Ze vertrouwen mij, ookal ben ik pas 16. Ik zie er dan misschien wel ouder uit en ik kan van mezelf zeggen dat ik best wel zelfstandig ben Maar dit alles doet er niet toe, als mijn nonkel weigert kan ik deze droom, deze vakantiejob wel vergeten. Ik moet nu alles op alles zetten, want nooit heb ik iets zo graag gewild als nu. M’n nonkel aarzelt en ik weet dat mijn slag binnen is. Met een zucht geeft hij inderdaad toe. Ik haak in en dans al gillend door het huis, de rare blikken van mijn broers negerend. Ik ga meetouren met Tokio Hotel, ik kan het nog niet geloven!

De laatste dagen van het schooljaar gaan vliegensvlug voorbij, het uitzicht naar de fantastische vakantie doet me doorheen de dagen zweven. Hoe dichter ik bij het vertrek kom, hoe meer zenuwen ik begin te krijgen. Momenteel weet nog niemand over mijn job, maar ik denk niet dat ik het nog lang voor mezelf ga kunnen houden. Mijn vrienden beginnen het op hun zenuwen te krijgen van mijn hyperactief gedrag, oke, ze zijn dat wel gewoon maar ik kan niet stoppen met Tokio Hotel liedjes te zingen. En ik kan je meegeven, mijn zangtalent stelt niet zoveel voor, dus je kan je wel inbeelden hoe mijn vrienden hieronder lijden. Gelukkig dat er geen haters in mijn vriendenkring zitten, want dan zouden er nu nogal wat botsingen zijn. Ze vinden Tokio Hotel wel goede muziek maken, maar alleen mijn beste vriendinnen Maya, Sofie en ik zijn echte grote fans. Niet zo’n fans die alleen Monsoon kennen, die naar concerten gaan om gewoon op Bill te geilen en denken dat ze ooit gaan trouwen met Tom. Nee, we houden van de muziek, de teksten geschreven met gevoel. Daarom dat ik het ook zo erg vind dat ik Maya en Sofie niet kan meenemen, maar het was al moeilijk om zelf aan die job te geraken. En het is me alleen gelukt omdat mijn nonkel daar nogal wat mensen kent. Ik heb nog subtiel gevraagd of er nog mensen nodig maken, maar dat was dus duidelijk niet het geval. De vakantie begint overmorgen en het wordt misschien wel tijd dat ik iedereen inlicht. Best op een beetje afgelegen plaats, want ik weet gewoon al dat er wat gegild zal worden. We besluiten om de laatste uren te spijbelen en naar de schuur - ons ‘clubhuis’- te gaan. De laatste dagen krijgen we toch geen les meer, en of we daar nu liggen te slapen of plezier maken, wat maakt het uit. We zijn met z’n vijven, zoals altijd. Ons vast groepje bestaat uit mijn beste vriendinnen, Maya en Sofie, hun twee liefjes en tevens al lang heel goede vrienden, Robin en Chris en dan ben ik er nog, de enigste zonder lief. Maar ik zit er niet echt mee, ik kom de juiste wel nog tegen en rapper dan ik verwacht had, zo blijkt. We strompelen achter elkaar de wei in en ploffen naast elkaar neer in het natte gras. Ik zeg hen ze zwijgen, dat ik iets te vertellen heb. Ze zijn allemaal opeens stil, want ze voelen dat het even niet om te lachen is. Ik zeg hen dat het niks ergs is en ze ontdooien weer wat. Ik begin te praten: “Euhm, jullie weten dat ik een vakantiejobke heb maar ik ga niet gelijk de vorige jaren op het veld of zo werken.” Robin geeuwt om aan te tonen dat ik gewoon moet zeggen waar het op staat en ik vervolg: “Via mijn nonkel kan ik gaan werken bij de podiumcrew van Tokio Hotel!” Vier monden vallen open en kunnen even niets uitbrengen. Dan springen Maya en Sofie op en beginnen hysterisch te gillen.

Het vertrek.

Het vertrek.

Eindelijk begint de vakantie echt, eindelijk even vrij. Overmorgen vertrek ik naar Duitsland, waar de tour van de jongens begint. De zenuwen beginnen nu echt wel gevaarlijk te worden, ik kan geen minuut meer stilzitten. Gelukkig dat mijn ouders bijna nooit thuis zijn en mijn broers een liefje hebben, waarmee ze de meeste tijd doorbrengen. Want anders hadden ze mij vast en zeker al lang vermoord. Mijn koffers zijn gepakt, ‘k heb zoals altijd zoveel kleren mee dat ik het een half jaar niet zou moeten wassen. Ik wil gewoon op alles voorbereid zijn. ‘k Heb mijn koffer nu al drie keer gepakt, alles er terug uitgezwierd en hernieuw begonnen, in de angst dat ik wat was vergeten. Wat geen één keer het geval was. Mijn ouders willen me wel geld meegeven, maar ik wil dit helemaal op mijn eentje doen. En nu ben ik wel blij dat ik mijn geld van vorige zomer niet allemaal heb uitgegeven. Ik heb zeker nog genoeg om de vakantie door te komen. Overnachting en eten is allemaal inbegrepen, wat het nog allemaal veel goedkoper maakt. Plus; ik verdien er nog mee. Hoe mooi kan het leven zijn; veel verschillende steden zien, gratis kost en inwoon, meetouren met mijn lievelingsband, en er dan nog voor betaald worden ook. Het lijkt wel een droom! Maar ik begin nu echt te beseffen dat dit allemaal echt gebeurd, dat ik Tokio Hotel eindelijk echt van dichtbij ga zien. En die gedachte maakt me bloednerveus. Ik ga zeker weer wat belachelijks doen als ik even bij hen in de buurt kom. Dat is nu eenmaal een specialiteit van mij, me helemaal stuntelig gedragen in het bijzijn van jongens waar ik een crush op heb. Ondanks deze twijfels en zenuwen heb ik er ongelofelijk veel zin in! En zo ook Maya en Sofie, ze bellen mij elke dag om nog maar eens te zeggen hoe fantastisch ze het wel niet vinden. Ook zij kunnen amper geloven dat dit echt gebeurd. Natuurlijk vinden ze het jammer dat ze niet meekunnen, maar ze gunnen mij het echt en zijn tevreden met de belofte om hen vaak te bellen en voor een handtekening te zorgen. Straks komen ze nog helpen om de rest van mijn koffers te pakken. Twee uur later staan ze al springend in mijn kamer. Gooien nu al voor de vierde keer mijn koffer ondersteboven en vervangen een paar slonzige kledingstukken voor wat meer uitdagendere stukken. Ze vergeten precies even dit ik daar wel met dingen ga sleuren en het geen modeshow is. Stiekem heb ‘k zelf wel m’n mooiste kleren meegenomen. Ook al zullen de godheden van Tokio Hotel me niet zien staan, ik kan altijd proberen. En zo denken Maya en Sofie er ook over, als je bekijkt naar hetgeen wat ze nog allemaal met grote moeite in mijn overvolle koffers proppen. Ik kijk toe hoe ze kibbelen over welke allstars ik moet meedoen en besef plotseling hoe hard ik hen wel niet ga missen. En ik voel nu al heimwee opsteken, terwijl ik nog niet ben vertrokken. Gelukkig dat er in het einde van juli een concert in Brussel is, zodat ik dan zeker al mijn vrienden kan weerzien. Maya, Sofie, Robin en Chris hebben al beloofd dat ze zeker zullen komen dan. Ik krijg hen op de één of andere manier wel backstage. Ik word uit mijn gedachten gerukt door twee meisjes die me opeens bespringen. Ze krijgen weer één van hun hyperaanvallen, en ik doe maar al te graag mee. Opeens houden ze abrupt op en kijken me kei ernstig aan. Ik zie tranen in hun ogen verschijnen waardoor ik me ook niet sterk kan houden. We vliegen elkaar in de armen en genieten van de momenten die we nog tezamen hebben. De volgende dag vliegt voorbij en dan is het al tijd om afscheid te nemen. Mijn nonkel komt me binnen een uur ophalen en ik controleer voor de laatste keer of ik echt wel alles mee heb. M’n broers tonen voor één keer hun goed hart en sleuren mijn koffers naar buiten, waar al mijn vrienden me staan op te wachten. Ook duiken er opeens een paar thfans van mijn school op die me normaal totaal niet zien staan, ze willen dat ik de jongens hun nummer geef of andere absurde dingen. Ik maak hen rap genoeg duidelijk dat ze hier niks te zoeken hebben, ik moet niks hebben van die wannabe’s. Een paar kinderen uit mijn klas geven me vlug een knuffel en wensen me succes, waar dat op slaat, ik zou het niet weten. Dan is het tijd om afscheid te nemen van mijn vier beste vrienden, die ik nog nooit langer dan 2 weken heb moeten missen. Vanbinnen breekt er iets, ik laat een deeltje van mij achter in België, bij mijn vrienden die mij door dik en dun gesteund hebben. Mijn vrienden waarmee ik zoveel heb meegemaakt en die alles voor mij zouden doen, en omgekeerd. Vanzelf komen er bij iedereen traantjes, maar toch weten we allemaal dat ik een fantastische zomer tegemoet gaan. Echt veel tijd heb ik allemaal niet om erover na te denken, want daar is mijn nonkel al. Het is tijd om te vertrekken, met een lichte verdrietige knik vanbinnen maar toch helemaal opgewonden van wat er gaat volgen, stap ik naast mijn nonkel in de auto. Mijn vrienden en familie staan in een rij naast elkaar en in elk van hun ogen zie ik dat ze mij gaan missen. En ik besef hoeveel mensen ik heb die zotveel om mij geven. Ik vertrek met een gerust hart, mijn viertal zie ik binnen een maand terug. En ondertussen moet ik er gewoon van genieten. Als we de hoek omrijden weet ik dat ik een fantastische zomer tegemoet ga. Een zomer die heel mijn leven zal veranderen.

De rit naar Berlijn

De rit naar Berlijn

Het wordt een lange rit naar de hoofdstad van Duitsland, Berlijn. Daar heeft mijn nonkel een klein huisje waar we nog twee dagen overnachten terwijl men mij verteld wat ik allemaal moet doen tijdens de tour. De rit duurt zo’n acht uur en ik probeer mijn slaaptekort van de laatste dagen in te halen. Langzaam dommel ik in een lichte slaap terwijl mijn nonkel zachtjes meezingt met een liedje dat ik even niet kan thuisbrengen. Eerst droom ik dat alles misloopt daar in Duitsland, dat ik een gans optreden verpest en naar huis wordt gestuurd. Alleen. Dat ik volkomen verloren rij met de trein en als ik dan eindelijk thuisraak mijn ouders verhuisd zijn en mijn vrienden me niet meer moeten. Abrupt word ik uit mijn droom gewekt door de motor die weer wordt gestart. M’n nonkel was even gestopt bij een tankstation, om de weg te vragen. Het zat nu eenmaal in de familie dat we geen oriëntatiegevoel hebben, dat we geen kaart kunnen lezen en als gevolg bijna altijd overal verloren rijden. Ik kijk op de klok en bemerk dat we toch al zo’n 3 uur onderweg zijn, en besef dat ik niet meer zal kunnen slapen. Dan besluit ik maar - tot grote ergernis van mijn nonkel, ook wel Peter genaamd – mijn lievelingszender op te zoeken. Niet veel later stuit ik op de droge humor van Tomas De Soete, die mijn humeur weer 10 graden doet stijgen. Studio Brussel, geweldige muziek en nog eens doorgedraaide presentatoren erboven op, wat kan een mens nog meer wensen! Nog een uur vliegt voorbij en we stoppen even aan een restaurantje langs de weg. Het is al uren geleden dat ik iets gegeten heb en zo’n grote pizza smaakt me nu nog meer dan anders. We zijn nu al in Duitsland en dat is te merken aan de mensen rondom ons. Natuurlijk spreken ze Duits, maar bijna alle meisjes van mijn leeftijd en nog jonger lopen met Tokio Hotel kleding rond en geregeld hoor ik de naam Tokio Hotel vallen in een gesprek. Ik giechel in mezelf, hoogstwaarschijnlijk krijgen zij nooit de kans om dicht bij de jongens te komen. En ik, ik zie ze binnen 2 dagen. We rekenen af en zetten de reis naar Berlijn voort, nog drie uur rijden te gaan. We schakelen over naar een Duitse radiozender en niet veel later stroomt Spring Nicht uit de boksen. Enthousiast begin ik mee te zingen en zelf mijn nonkel kan het niet laten om het refrein mee te neuriën. Het is nu al donker en we zullen pas rond 12 uur in Berlijn toekomen, en dan moet ik nog alles naar de vierde etage van het flatgebouw sleuren. Peter lichte me al in dat de lift al weken stuk is. Maar niets kan mijn humeur bederven, ik heb er ongelofelijk veel zin in. Voor die ene keer ben ik blij dat mijn ouders mij op naschoolse les Duits hebben gestoken - omdat een deel van onze familie Duits is -. Want anders zou ik hier nooit in deze auto zitten, en binnen twee dagen mee vertrekken met de band van het moment, van het jaar, van altijd. Peter zegt dat ik best nog even slaap en moeizaam dommel ik in. Deze keer een veel mooiere droom dan die van een vijftal uur geleden. Ik win tezamen met Maya en Sofie een meet and greet met Tokio Hotel. Het gesprek verloopt vlot en we worden op het optreden dat volgt op het podium geroepen. Als we moeten vertrekken steekt Bill mij zijn gsmnummer toe. Juist als ik hem wil bellen schiet ik wakker. Nonkel fluistert dat we er zijn en hij mijn spullen al naar boven gedragen heeft, hij wou me nog niet wakker maken. Nog half slapend stommel ik naar boven en laat me op het bed vallen waar ik vorige jaar ook een paar nachtjes heb in gelegen. Voor mijn ogen toevallen zie ik nog dat het al 1 uur is, we hebben vast in de file gestaan. Maar daar pieker ik niet over, ondanks dat ik een paar uur in de auto geslapen heb, zit ik direct in dromenland. Ik word al vroeg wakker en loop over van de adrenaline. Morgen begint alles eindelijk, vandaag legt Peter mij nog eens precies uit wat mijn job is. Ik weet dat het iets van het podium bouwen is, maar wat juist nog niet. Natuurlijk hoop ik dat het iets is waarbij ik de jongens toch wel zie, want anders is er niet zoveel aan. Oké, dat is niet waar, want ik kan sowieso van alle concerten meegenieten. Peter is nog niet wakker en ik laat hem doorslapen, hij moest doodmoe zijn na gisteren de ganse rit achter het stuur gezeten te hebben. Ik zet koffie en steek de oortjes van mijn mp3 in mijn oren. Al rap stroomt Reden mijn hoofd binnen, gevolgd door Here Without You van Three Doors Down. Ik mis mijn vrienden nu al, Maya en Sofie, ze betekenen de wereld voor mij. Maar daar mag ik nu niet aan denken, deze vakantie wordt de beste vakantie eeuwig. Dat mag ik niet door heimwee laten verpesten. Ik hoor gestommel in de kamer naast mij, Peter is wakker. Ik geef hem een kop koffie en verdwijn dan zelf in de badkamer. Na gedoucht te hebben, kleed ik me terug aan en zet me bij Peter aan tafel. Ik vraag hem naar mijn precieze taak. Hij begint alles uit te leggen maar wordt gestoord door het gerinkel van zijn gsm. Hij staat op en gaat in de gang staan praten. Ik probeer mee te luisteren maar versta alleen iets van ‘dat zal ze heel leuk vinden’. Met een brede lach komt hij weer de keuken binnen en zet zich zonder iets te zeggen aan de tafel. Ik kijk hem vragend aan mijn hij negeert mijn blik. Ik houd het niet meer en vraag of hij eindelijk gaat vertellen waarvoor men gebeld had. Hij begint: ‘Er zijn een paar mensen weggevallen van het geluidsteam en nu zoeken ze nog iemand die zou kunnen helpen oortjes bevestigen en dergelijke. En ik heb gezegd dat jij dat wel zou zien zitten.’ Voor hij is uitgesproken spring ik in de lucht en begin te gillen. Hopelijk zijn de buren niet thuis. Maar ik ga de boys van Tokio Hotel gewoon kunnen aanraken! Dit is mooier dan ik had kunnen dromen! OPGEDRAGEN AAN MELISSA.<3

De kennismaking met de crew.

De kennismaking met de crew.

Ook deze morgen sta ik vroeg op, vandaag gaat het allemaal gebeuren! Binnen twee uur vertrekken we naar de plaats waar het eerste concert is. Niet zo ver hier vandaan. Ik eet vlug een stuk fruit en sluit me dan op de in badkamer. Douchen, comfortabele maar mooie kleren - zwarte tshirt met leuke print, grijze skinny, m’n allstars en nog wat kettingen en armbandjes – aantrekken en mijn haar in plooi proberen krijgen. Wat vandaag warempel nog heel goed lukt. M’n ogen nog even opmaken en ik ben klaar. Eerlijk gezegd ben ik tevreden met wat de spiegel toont, ik ben redelijk groot, slank en heb een fijn gezichtje. En de aandacht die de jongens mij geven is niet min. Maar toch, ik word altijd op jongens verliefd die mij als een gewone vriendin zien. Gebonk op de deur brengt me uit mijn gedachten. Peter roept dat ik me moet haasten en in twee seconden sta ik uit de badkamer. Ik maak nog snel koffie en na een kwartier kunnen we vertrekken. We komen ruim een half uur te vroeg maar mijn Peter zegt dat dat een goede indruk geeft. Persoonlijk vind ik dat irriterend als men te vroeg komt bij mij maar ja. Ik volg Peter die het concertgebouw binnen gaat, er is nog niemand buiten een paar mensen van de crew. Ik ben hier al geweest, vorig jaar ben ik hier naar een optreden komen kijken. Dit is één van de grootste zalen en het is machtig om deze gans leeg te zien. Peter loopt direct door en zegt dan dat ik moet wachten op de gang en gaat een kamertje binnen. Ik sta zenuwachtig om me heen te kijken als ik twee meisjes naar mij zie toekomen. Ze zien er rond de twintig en heel sympathiek uit. Ze vragen mij of ik nieuw ben en verlegen knik ik. Mijn benen begeven het bijna als mijn nonkel terug bij mij komt staan. Hij zegt dat ik zo meteen kennis kan maken met de mensen waarmee ik twee maanden zal samenwerken en leven. Hij vertelt dat we met een tiental zijn en dat ik de jongste ben. Dat maakt me natuurlijk nog zenuwachtiger, god, laat het mij toch niet verknallen. Vijf minuten later loodst Peter mij terug de grote zaal in, waar het nu al veel drukker is. Direct komen er een paar mannen op hem afgelopen die hem familiair begroeten. Peter wijst me mijn groep aan en zegt dat hij nu echt wel moet vertrekken, hij heeft ook een job te doen. Hij geeft mijn koffer aan mij en twee minuten later sta ik helemaal alleen. Komaan, nu moet ik een goede indruk maken. Ik tover een smile op mijn gezicht en loop naar mijn groep. Ik zeg iedereen gedag, stel me voor en vertel dat ik nieuw ben. Zo dit hebben we al achter de rug. Niemand van mijn groep is ouder dan 25 en op het eerste zicht lijken ze allemaal wel leuk. Ze ontvangen mij hartelijk en ik voel me best wel al goed in de groep. Nu is alles echt begonnen. Men legt me nog eens uit wat ik juist moet doen en mijn hart slaat een slag over als ze zeggen dat ik de oortjes mag aanbrengen. Ik heb geen idee hoe dat moet maar dat kan me niet schelen. Ik ga Tokio Hotel aanraken, ik kan het wel uitgillen, maar ik hou me in. Men mag niet van me denken dat ik één of andere hysterische fan ben. Een meisje uit mijn groep, ze stelt zich voor als Soetkin en een beetje doorgedraaid, geeft me een korte rondleiding door de gigantische concertzaal. Ik kan niet geloven hoeveel mensen hier wel niet aanwezig zijn, dat allemaal voor een show van een uur en een half. Oké, de show is dan wel tot in de puntjes verzorgd, maar toch. Bij elke kamer dat we binnengaan kijk ik nieuwsgierig en hoopvol om me heen. Soetkin merkt het op en zegt dat de jongens van TH nog niet zijn toegekomen. We zullen het wel horen aan het geschreeuw van de fans die nu al staan aan te schuiven, vertelt ze er nog bij. Dankzij haar kom ik te weten dat ik vooral met Koen en Simon zal moeten werken, twee jongens van 18 uit mijn groep. Zij doen dit nu al 2 jaren in de vakantie en zullen me zoveel mogelijk bijstaan, maar Soetkin zegt dat het echt niet moeilijk is. En dat ik vooral niet mag laten merken tegenover de jongens dat ik nerveus ben. Maar hoe kan ik nu doen alsof dit de gewoonste zaak van de wereld is, het gaat hier wel om Tokio Hotel mensen! Soetkin verzekert mij dat het allemaal wel goed komt. Ze wordt onderbroken door hysterisch geschreeuw van buiten, wat het teken is dat Tokio Hotel is aangekomen. Maar pas nadat we gegeten hebben met de hele crew, alles is orde gesteld is, is het tijd voor de soundcheck. Ik dacht dat ik in de zaal zou mogen zijn, maar dat is dus niet het geval. Na een half uur soundchecking (?) en aanhoudend gegil trekken Simon en Koen mij mee naar de kamer waar wij de oortjes moeten aanbrengen. Opeens stopt de muziek en even later hoor ik voetstappen in de gang. Ik sterf bijna van de zenuwen. Nu begint het allemaal.. Sorry dat het verhaal nu nogal traag en met veel details gaat; dat verandert nog wel (; reactiis!

De kennismaking met de boys.!

De kennismaking met de boys.!

Door de ogen van Bill: We kunnen allemaal niet stilzitten van de zenuwen, binnen een uur begint onze nieuwe tour. We zijn nu in Berlijn en het is allemaal nog één grote chaos. Een groot deel van de crew is nieuw en weet dus nog niet echt wat te doen. Iedereen staat onder spanning en dat maakt het er niet beter op. Maar toch; ik heb er ongelofelijk veel zin in, twee maanden doen wat ik het liefste doe. En dan nog met mijn drie beste vrienden en een crew die ik zotgraag zie om me heen. Ook al loopt er nu nog van alles fout, het wordt super, dat staat vast. Eindelijk is alles klaar en mogen we beginnen met de soundcheck, we zitten achter op schema en David loopt heel de tijd op iedereen te jammeren. Maar dat trek ik me even niet aan, alles komt wel goed, zoals altijd. Tom, Georg en Gustav roepen me, dat m'n haar goed zit en dat we nu echt wel moeten beginnen. Ik stompel het podium op en bemerk nu pas hoe groot de concertzaal eigenlijk wel is. We hebben hier al opgetreden vroeger, maar vandaag hangt er iets speciaal is de lucht - en dan bedoel ik niet een ontsnappingske van mijn broer -, alsof er iets belangrijk te gebeuren valt. De soundcheck klopt langs geen kanten, maar nadat we de mensen van het geluid wat instructies heb gegeven, klinkt alles ongeveer zoals het hoort. We besluiten dat het wel zal gaan en begeven ons naar achter. Make-up, haren en kleren zijn al in orde, dus alleen de oortjes moeten nog bevestigt worden. Hopen dat dat rap voorbij is, want ik haat dit onderdeel. Al duwend en trekkend lopen we door de gang naar de kamer waar we moeten zijn. Tom heeft weer één van zijn energieaanvallen die hij zonodig op mij moet uitwerken. Ik doe al lachend mee, een beetje afleiding is nu wel welkom. Ik stuik de kamer binnen en Tom valt nog eens tegen me aan. Tezamen belanden we op de grond. Georg en Gustav staan ons 'zachtjes' uit te lachen terwijl we recht proberen te geraken. Wat niet zo simpel is met mijn broer om mij. David zegt dat we nu wel over serieus mogen zijn en dat we moeten doormaken. We stappen verder de kamer binnen en ik herken Simon en Koen, die er de vorige tour ook bij waren. Zalige gasten die mij gewoon behandelen, die mij even doen vergeten dat ik wereldberoemd ben. Naast hen staat nog een meisje die zenuwachtig naar de grond staat te staren. Ook Tom heeft haar opgemerkt en wil bij haar gaan staan. Maar ik ben hem voor, eindelijk eens wat anders dan steeds die jongens om me heen. Juist als ik hallo wil zeggen kijkt ze op en mijn adem stokt. Voor het eerst in mijn leven sta ik echt met mijn mond vol tanden. Dit meisje heeft iets speciaals, iets dat niet te omschrijven is. Als er liefde op het eerste zicht bestaat, dan heb ik dat juist ondervonden. Vliegensvlug herstel ik me en geef haar een hand. Ze kijkt me verlegen aan en zegt haar naam. Lisa. Zo gewoon maar toch erg bij haar passend. Ik kijk even om naar Tom en de rest van de jongens en ik zie ze jaloers naar me kijken. Maar vooral Georg zijn blik boort door mij, niet boos, niet jaloers, vreemd. Ik kan niet achterhalen welk gevoel erachter schuilt. Ik richt men aandacht weer op Lisa en vraag vanwaar ze komt. België, daar hebben we al eens opgetreden denk ik. Ik kom te weten dat ze zo goed Duits kan dankzij haar nonkel en dat ze hier voor het eerste maal is, in deze crew. Wat ik wel had verwacht, anders was ze mij natuurlijk al opgevallen. Dat kan toch niet anders, ze heeft iets van een engel, daar kan niemand naast kijken. Na vijf minuutjes heeft iedereen zijn oortje in en is het tijd om het podium op te gaan. Lisa is ondertussen al verdwenen, uit de kamer dan toch, maar ze spookt nog in mijn gedachten. Zou ze een vriend hebben, hoe oud zou ze zijn, zou ze nu ook aan me denken..? Ach, wat maak ik mezelf wijs, waarschijnlijk is ze helemaal niet in mij geïnteresseerd.

Door de ogen van Lisa: Ik hoor gestommel op de gang en moet me inhouden om niet te bezwijken onder de zenuwen. Binnen in me draai ik helemaal door. Van het ene moment op het andere ligt Bill, dé Bill, op de grond, met zijn broer bovenop zich. Georg en Gustav kunnen zich niet inhouden van het lachen en David vraagt om stilte. Ik schuifel met mijn voeten en staar naar de grond, ze zijn allemaal nog mooier in het echt. En als ik ze zo bezig zie, lijken ze helemaal geen air te hebben. Dat ik op de één of andere manier wel had verwacht. Laat Bill naar mij komen, laat Bill naar mij komen! En ja, mijn wens wordt verhoord. Opeens zie ik Bill zijn schoenen, zwarte - nogal speciale - laarzen. Ik kijk op en zie een vonk in zijn ogen, die hoogst waarschijnlijk ook in mijn ogen te zien is. Bestaat het dan toch echt, liefde op het eerste gezicht? Wat zever ik nu? Het ligt vast aan de lichtinval of zo. Dacht ik nu echt even dat Bill wat in mij zag, dat hij iets voor mij zou kunnen voelen? Hij kan iedereen krijgen, veel mooiere meisjes dan mij! Ik recht men rug en tover een glimlach op men gezicht. Naar hem staan staren levert nu eenmaal niks op. De rest van de jongens zeggen me gedag en ik begin aan Bill zijn oortje terwijl we een soort van een gesprek beginnen. Elke keer dat mijn vingers hem zachtjes aanraken schiet er een vonkje door me heen. Zou hij dat voelen? Veel te rap zit alles op zijn plaats en is het tijd om te vertrekken. Simon en Koen slepen me terug mee de kamer uit, niets vermoedend hoop ik. Bill, nog mooier, perfecter, liever, schattiger, vlotter,.. dan ik me had kunnen voorstellen. Mijn vrienden moesten dit eens weten...

Het concert.

Het concert.

Simon, Koen en ik moeten nu niets meer doen. We kunnen vanuit de backstage genieten van de opening van de Europese tour. Het is weer wat anders dan uren aanschuiven in de regen en wind om een plaatsje op de eerste rijen te bemachtigen. Ik kan het concert nu van veel dichterbij aanschouwen, maar toch, ik mis de drukte, mijn vrienden om me heen, de sfeer, alles wat je beleefd als je in het publiek staat. Maar ik mag niet klagen, een uur geleden heb ik persoonlijk kennis gemaakt Bill en de rest van de band. Dat was mijn grote droom, toen ik daar nog in het publiek, tussen al de andere fans stond. En ik was zeker niet de enige. Maar bij mij is deze droom nu werkelijkheid, en ookal mis ik sommige dingen, niets kan tegen wat ik nu meemaak op. Ik zag al meerdere concerten van Tokio Hotel - allen perfect gespeeld en zalig om bij te wonen - maar deze overtreft ze allemaal. Ik weet niet hoe het komt maar elke noot heeft een frisse, stralende naklank die het publiek in hogere sferen doet wanen. Elk woord wordt perfect meegezongen en deze keer worden de liedjes niet verstoord door kindjes die zonodig in het midden van een liedje hysterisch moeten beginnen gillen. Waar ik me altijd al aan gestoord heb tijdens een concert. Bill straalt zoals nooit tevoren en ook Tom slooft zich helemaal uit. Georg gaat helemaal op in de muziek en Gustav speelt zich in het zweet achter zijn drum. Het publiek deinst als één op en neer. En ook Simon, Koen en ik kunnen niet stilzitten. Zachtjes zing ik elk liedje mee en als Soetkin zich bij ons voegt, laat ik me helemaal gaan. Ik kan niet geloven dat ik hier uitbundig sta te dansen terwijl mensen die ik pas ken, mij kunnen zien. Het kan me allemaal niet schelen, ik voel me goed en dat mag iedereen zien. Ik word één met de muziek en vergeet alles rondom mee. Men voeten leiden mij tot opeens twee donkere ogen door me heen boren. Bill staat naar me toe gedraaid en er verschijnt een brede glimlach op zijn gezicht. Zo één die elk meisje kan doen smelten. In twee seconden is dit magisch moment voorbij en begint hij aan de inleiding voor het volgende nummer.

Door de ogen van Bill: Het concert verloopt beter dan ooit tevoren en ik geniet van harte. Nog nooit voelde ik me zo vrij, ik kan zeggen dat ik bijna vlieg. Is dit wat men noemt ;de zevende hemel'Ik laat me gewoon leiden door men gevoel en ook Tom, Georg en Gustav voelen de magie die er in de lucht hangt. Net zoals het publiek, valt me nu op. Voor de eerste keer voel ik me echt één met het publiek. Natuurlijk was er altijd al een verbintenis met de fans, maar dit is anders, echter, closer. Vanavond zing ik opener dan anders en mijn voeten leiden me van de ene kant van het podium naar de andere kant van het podium. Het voorlaatste nummer komt aan bijna zijn einde en ik draai me met mijn rug naar het publiek. Opeens schiet er een flits door me heen, die ogen. Lisa! Ze danst uitgelaten en zingt de laatste noot van het lied mee. Ze is ongelofelijk schattig en mooi als ik haar zo zie en ik kan een glimlach niet bedwingen. Rap draai ik me om, voordat ze doorheeft dat ik naar haar kijk. Ik begin aan m’n ‘speech’. Ik had een kort tekstje voorbereid maar ik heb een plotse ingeving, wat maakt het ook uit. Ik begin: ‘Wat voelt het fantastisch om hier te zijn, ik weet niet goed wat te zeggen. Dank u, voor alles. Dit optreden zal mij altijd bijbleven. Dit geeft mij het gevoel dat alles nog fantastischer wordt dan het al is. Wat bijna onmogelijk is. Dit was een magisch concert en bedankt, aan al de fans, die onze liedjes met zoveel liefde meezingen. Zonder jullie zijn we niks. Dit is een nieuwe tour, nieuwe nummers, binnenkort een nieuwe cd. Alles is nieuw, maar toch, ik voel dat alles goed komt. Dat allemaal dankzij jullie. Dank u allemaal!!!’ Stiekem kijk ik even naar achter waar Lisa als betoverd naar me staat te kijken, ik voel me blozen en draai vlug mijn hoofd. Pas nu dringt het gejuich en gegil tot me door. Deze plotse ingeving was dus een succes. Georg en Gustav kijken me nieuwsgierig aan en Tom geeft me een knipoog. Tom, mijn tweelingbroer, natuurlijk heeft hij me nu al door. Hij weet gewoon alles, en vreemd genoeg, ben ik daar blij om. Wat zou ik zonder heb zijn… Niets, dat is wel duidelijk. Gustav tikt zijn drumstokken tegen elkaar en we zetten het laatste nummer in. ‘An deiner seite’. Ik hou van dit liedje, de perfecte afsluiter, van een perfect concert.

Door de ogen van Lisa: Zijn ogen staan op men netvlies gebrand. Hoe hij me aankeek en dan blozend wegkeek. En dan die knipoog van Tom. En ik, ik kon niets anders doen dan staren. Wat moet Bill nu wel niet van me denken. Ach, waar maak ik me druk om, het laatste nummer begint en ik moet gewoon nog even genieten. Ik herken meteen An Deiner Seite en voel men hart bevriezen. Waarom dit liedje als afsluiter?! Natuurlijk heb ik dit liedje al live gehoord, maar in het publiek kon ik mijn tranen verbergen. Ik moet hier weg. Nu. Ik draai me naar Soetkin en ze wil lachen, tot ze ziet dat ik op m'n lip moet bijten om niet in tranen uit te barsten. Ik kan het niet tegenhouden. Er ontsnapt één traan en snel ren ik weg. Weg van bij de mensen die mij eindelijk het gevoel geven erbij te horen.

Door de ogen van Bill: Het einde van het liedje en ik durf weer eens stiekem naar achter te kijken. Lisa staat naar een meisje die ik wel ken uit de crew toegedraaid, ik kan haar gezicht niet zien. Toch blijf ik even kijken en opeens draait Lisa zich om. Ik zie één traan uit haar oog glijden en moet me bedwingen om niet naar haar toe te lopen. Zo rap als ze de traan wegveegde is Lisa verdwenen. Zit er achter die prachtige, doorgrondende ogen een diepe pijn, die op één of andere manier nu naar boven kwam? Kan het dat zo'n mooi meisje, bijna een engel, ongelukkig kan zijn? Verdwaasd neem ik afscheid van het publiek en loop van het podium. De drie andere jongens blijven nog langer afscheid nemen maar ik heb echt even lucht nodig. Verdwaasd loop ik naar buiten en zet me even neer, frisse lucht doet goed. Pas nu zie ik een schim verderop in een bolletje tegen de muur zitten. Lisa. ' VOOR MARIEKJ '

Hoe ik het weer verpest..

Hoe ik het weer verpest..

Door de ogen van Lisa: Ik ren naar buiten, waarom moet ik altijd alles verpesten, het ging net zo goed. Door alles wat er opeens gebeurde dacht ik helemaal niet meer aan vroeger. Aan wat me nog steeds achtervolgd, aan wat ik eeuwig zal meedragen. Ik zet me tegen de muur en probeer me zo klein mogelijk te maken. Maar ik kan de herinneringen niet doen verdwijnen, alle gebeurtenissen flitsen door m’n hoofd. Zachtjes begint het te regenen en mijn tranen vermengen zich met de regendruppels die over mijn gezicht lopen. Waarom kan ik dit alles niet achter me laten, waarom voel ik me schuldig, over iets waar ik niets aan kan doen. Waarom overkomt mij dit juist? Waarom? Ik zoek, kam al mijn herinneringen uit, maar vind geen antwoord. Op geen één van deze vragen. Hoe kan ik het geluk vinden als ik achtervolgt word door alleen maar slechte gedachtes. Ik schrik op, de deur wat verder op slaat open. In de duisternis kan ik een schim ontdekken. Bill, daar is geen twijfel over mogelijk. Hij slaakt een zucht en laat zich tegen de muur omlaag glijden. Er ontsnapt een snik uit m’n keel en hij kijkt m’n kant uit. Waarom moet juist hij mij hier zien zitten?

Door de ogen van Bill: Ik weet niet wat ik moet doen. Blijven zitten, weggaan of naar Lisa toegaan en vragen wat er is? Ik kan niet weggaan, Lisa heeft me vast al gezien en denk dan dat ik gewoon een harteloos wezen ben. Blijven zitten is nogal dom want het regent nu al verschrikkelijk en op je eentje heb je hier toch niks te zoeken. Ik stel me dus maar recht en schuifel naar Lisa toe. Ze kijkt niet op en ook ik zeg niks als ik me naast haar laat neervallen. Voorzichtig sla ik een arm om haar heen, in de hoop dat ze zich niet wegtrekt. Ze kijkt geschrokken op en ik zie de tranen terug in haar ogen opwellen. Ik tast haar met mijn ogen af, kan recht in haar ziel kijken en zie hoeveel verdriet er daar verborgen ligt. Hoe kan het toch dat één meisje zoveel last met zich meedraagt. Ik wil iets zeggen, haar troosten, maar zwijg gewoon. Ik ken haar amper, maar voel nu al zo’n verbondenheid. Ik besef dat woorden hier overbodig zijn. Dat ze meer heeft aan gewoon een arm om haar heen, aan een schouder om tegen uit te huilen. Het snikken wordt minder en ik veeg de laatste tranen van haar gezicht. M’n vingers branden als ze over haar gave huid glijden. Ik heb opeens zo’n drang om haar te kussen. Ik buig me naar haar toe maar wordt abrupt gestopt door Tom die hysterisch mijn naam roept.

Door de ogen van Tom: Waar is Bill nu gebleven? Opeens verdween hij van het podium en we lopen hem nu al een half uur te zoeken. Denkt hij nu echt dat hij zich alles kan permitteren! Georg en Gustav zien de ernst hier niet van in, maar er kan van alles met Bill gebeurd zijn. Hij loopt er nooit zomaar vandoor, en zeker niet voor zolang. Wie weet wat men nu met hem aan het doen is. Misschien is hij wel ontvoerd, of is hij ergens flauw gevallen. Hoe kan iedereen toch zo rustig blijven terwijl mijn broer vermist, verdwenen is. Ik heb hem al gebeld maar hij heeft zijn gsm niet bij en ook David weet hem niet zijn. Hij is de enigste die ook een beetje over zijn toeren is. Bang dat één van zijn wereldsterren er vandoor is. Georg probeert me te kalmeren met een grapje over dat Bill er waarschijnlijk met één of andere groupie vandoor is. Maar zo is Bill helemaal niet. Ik heb nu overal gezocht en loop nu naar buiten. ‘Bill! Bill!’ roep ik zo luid mogelijk. En ja, daar zit Bill, met een meisje. Had Georg het dan toch bij het rechte eind? Heb ik me nu echt zorgen zitten maken voor niks? Bill weet toch dat ik er niet tegen kan als ik niet weet waar hij is. Hij heeft godverdomme belooft om het te zeggen als hij ergens naartoe moet. Ik heb me even niet in de hand en loop naar hem toe. ‘Denk meneer echt dat hij alles kan doen wat hij wil. Heeft meneer er ooit aan gedacht dat hij niet de enige op de wereld is? Zou ge godverdomme keer rekening met de rest willen houden! Ik heb gans de concertzaal afgezocht naar u! En meneer zit hier gezellig met één of andere griet die meneer niet eens..’ Ik stok wanneer het meisje naast Bill opkijkt en in tranen uitbarst. Nu herken ik haar, ze is één van de meisjes van de crew. Maar wat zit zei haar in hemelsnaam in de regen naast mijn broer te doen? Vragend kijk ik ze allebei aan.

Door de ogen van Lisa: Ik hoor voetstappen naar me toe komen, dat moet wel Bill zijn. Ik kijk naar m’n voeten en probeer m’n tranen te bedwingen, wat niet lukt. Ik kijk op als Bill met een plof naast me neerkomt. Hij kijkt recht in mijn ogen, wendt zich niet af, knippert niet eens. Het voelt alsof hij recht tot binnenin me kijk. Zijn ogen zijn nog mooier, nog dieper dan ik dacht. Hij heft zijn hand op maar twijfelt even. Dan komt hij met zijn hand naar mijn gezicht en veegt m’n tranen weg. Die maar blijven komen. Hij buigt zich naar me toe en het lijkt alsof hij me wil zoenen, maar dat zal wel mijn verbeelding zijn. Ik zal het nooit weten. Want opeens stormt Tom recht op ons af. Na een preek tegen zijn broer waar ik maar de helft van versta, fixeert hij zich op mij. Ik zie een blik van herkenning. Hij begrijpt hier natuurlijk niks van. Ik ben hem en Bill een verklaring schuldig, maar ik kan het hen gewoon niet vertellen. Ik heb amper een paar minuten met hen gesproken, hoe kan ik hen dan mijn levensverhaal uitleggen. Ik sta op, kijk twee seconden in Bill’s bezorgde ogen, fluister sorry tegen allebei de broers en loop weg. Wat ik altijd doe…

Sharon, ik mis je.

Sharon, ik mis je.

Ik realiseer me opeens dat ik hier wel degelijk ben om te werken. En dat Simon en Koen vast op mij staan te wachten. Ik loop terug de concertzaal in, verdwijn even in de wc’s en schrik van mijn eigen spiegelbeeld. Druipnat haar, rode ogen van het wenen en zwarte vegen van m’n mascara. Hebben Bill en Tom mij echt zo gezien? Vlug fris ik me even op, doe m’n haar in een staart en zoek dan vlug de rest van de crew. Ze zijn allemaal al alles aan het opruimen en hebben me precies niet echt gemist. Ik sluit me vlug aan en help waar ik helpen kan. Ik loop heen en weer, op automatische piloot, en doe wat men mij zegt. Ik voel mijn benen nog amper en nu pas voel ik de vermoeidheid op komen. Eindelijk zijn we klaar en vertrekken we naar het hotel. Onbewust kom ik tussen Soetkin en een ander - ook nieuw - meisje terecht. Voor ik in slaap val hoor ik nog net dat ze Dorien noemt.

Door de ogen van Bill: En opeens was ze weg. Maar ik voel haar ogen nog op me branden. Ik kijk op en zie m’n broer me nog steeds vragend aanstaren, niet wetend wat er zojuist is gebeurd. Ik wil hem het wel uitleggen, maar kom tot de conclusie dat ik het zelf eigenlijk ook niet weet. Het leken uren dat ik naast Lisa in de regen heb gezeten, maar het bleek maar een tiental minuten te zijn. Maar toch kwam ik zoveel van haar te weten, dat zij anders was, anders dan de meisjes waar ik tot nu toe op verliefd was geweest. Echter, puur. Tom verbreekt de stilte door te vragen wat ik hier in godsnaam in de regen zat te doen. Ik antwoord niet, wat moet ik zeggen. Dat ik voelde dat Lisa iemand nodig had, dat ik me verplicht voelde om die iemand te zijn? Ik schud mijn hoofd en loop naar de deur, aarzelend gevolgd door mijn broer. Mijn tweelingbroer, die normaal gezien alles van mij weet. Maar die ik dit nu niet kan vertellen, hoe de pijn even in mij sloop toen ik in Lisa’s ogen keek. Hoe, ookal ken ik haar niet, ik al hopeloos verliefd op haar ben.

Door de ogen van Tom: Wat is er hier toch aan de hand? Zo heb ik Bill nog nooit gezien. Ik heb duizenden vragen maar besef dat ik toch geen antwoord zal krijgen. Toch probeer ik het. ‘Bill, mag ik misschien weten wat je hier in hemelsnaam zat te doen?’ stamel ik. Hij kijkt me aan en deze keer kan ik zijn ogen niet lezen. Ik zie alleen m’n eigen bespiegeling, geen antwoorden. Wat is er hier allemaal gebeurd? In die tijd dat ik hem aan het zoeken was? Bill beweegt plots en automatisch volg ik hem, zoals ik altijd zal doen. Iedereen denkt wel dat ik stoer, onafhankelijk ben. Men moest eens weten hoe hard ik mijn broer en de rest van de band nodig heb.

Door de ogen van Lisa: Sharon, waar komt zij opeens vandaan? Hoe lang heb ik haar nu al moeten missen? Hoe hard heb ik mezelf hier al voor aangepakt? Hoeveel heb ik al overwogen haar achter na te gaan?Hoe vaak heb ik al gedacht dat het allemaal mijn schuld, mijn fout is? Diep vanbinnen weet ik, dat ik er niets aan kon doen. Dat ze haar eigen graf groef, dat ze haar eigen doodvonnis tekende. Maar mijn hart zegt, dat als ik er meer was geweest, er vroeger was geweest, ik haar misschien had kunnen helpen, misschien. Ik zal het nooit weten. Sharon, ik mis je, ik mis je verschrikkelijk.

Door de ogen van Dorien: Het lijkt me een vriendelijk meisje, Lisa. Ook nieuw en van rond mijn leeftijd. Ze oogt vrolijk, maar mij maak je niks wijs. Haar bijna verdwenen, maar voor mij nog steeds zichtbaar, rode ogen zeggen genoeg. Ze ziet er oververmoeid uit en voor ik iets deftig kan zeggen, valt ze in slaap. Ook ik begin zachtjes in te dommelen tot ik opeens zacht gemijmer hoor. Lisa, ze praat in haar slaap. ‘Sharon,Sharon,Sharon’ fluistert ze. Ik besluit haar niet te wekken en probeer terug te slapen. Wat me niet meer lukt… Een half uur komen we aan bij ons hotel, zachtjes maak ik Lisa wakker, die nog steeds onverstaanbare woorden zit te murmelen. Het enige wat duidelijk is, is ‘Sharon’. Moeizaam doet ze haar ogen open en tezamen met Soetkin stommelen we naar onze kamers, die -toevallig- naast elkaar liggen. Vlug nemen we afscheid van elkaar en slaapdronken stompel ik mijn kamer binnen. Ik val ,met al mijn kleren nog aan, languit op mijn bed in slaap.

Door de ogen van Lisa: ‘Sharon, Sharon, waarom liet je mij in de steek. Ik heb je nodig, ik kan niet zonder je, ik mis je. Hou je jezelf kapot maakte, hoe je veranderde.. Het staat nog allemaal in mijn geheugen gegrift.’ Een hand port me in mijn zij, langzaam doe ik m’n ogen open. Dorien en Soetkin staan over mij heen gebogen en zeggen iets wat niet tot me door dringt. Automatisch sta ik op, maar mijn gedachten zitten nog bij mijn droom, bij Sharon. Mijn Sharon. Soetkin en Dorien leiden me naar mijn kamer en hoe ik aan mijn bed ben geraakt, weet ik niet. Ik ben doodop. Ik val als een blok in slaap, op naar de zoveelste nachtmerrie.

Op naar het volgende concert..

Op naar het volgende concert..

Wat een nacht, wel vijf keer ben ik overstuur wakker geschoten. De nachtmerries waren nog nooit zo erg, waardoor het komt is me een groot vraagteken. Omdat ik ver van huis ben, ver weg van mijn vrienden en familie? Ik weet het niet. Ik ben hier nog maar enkele dagen, en heb me al fantastisch geamuseerd maar kan aan niets anders dan thuis denken. Dit is misschien een net iets te grote verandering. Een ander land, ander huis, andere mensen om me heen, een andere sfeer. Veel tijd heb ik niet om erover na te denken want er wordt op mijn deur geklopt. Vlug trek ik een broek aan en doe de deur open. Nog slaapdronken kijk ik in het lachende en hyperactieve gezicht van Dorien. Ze zegt dat ik me moet aankleden en binnen een halfuur beneden word verwacht, met al mijn bagage. Op naar de volgende stad.

Door de ogen van Bill: Ik lig nu al twee uur wakker in m’n bed. Niet de fut om op te staan, maar te moe om stil te liggen. Ik rol van men ene zij om de andere, niet gevend om mijn haren die straks alle kanten zullen uitstaan. Dan hoef ik deze keer niet zoveel haarlak te gebruiken. Ik hoor gestommel in de gang en vlug doe ik alsof ik slaap. Ik heb zo’n voorgevoel over wat er zal volgen. Piepend gaat mijn deur open en ik hoor iemand naar mijn bed schuifelen. Wie het is kan ik niet horen, maar ik weet dat ik elk moment kan besprongen worden. Als ik voel dat hij juist voor mijn bed staat en zich klaarmaakt voor de aanval, spring ik met een schreeuw overeind. Georg springt een meter in de lucht. Op tour proberen de andere jongens van de band me altijd op één of andere angst aanjagende manier te wekken. Zo kreeg ik al eens een emmer water in m’n gezicht, stak Tom een kat onder m’n lakens en op één of andere manier waren ze er op de vorige tour in geslaagd om alleen in mijn kamer het brandalarm te laten afgaan. In paniek ben ik toen halfnaakt m’n kamer uitgerend waar ik in de armen liep van de gehele kuisploeg. Gelukkig dat ik deze traditie door en door ken, en ik me niet meer laat pakken. Georg stamelt nog steeds overweldigend dat ik me moet aankleden en we straks al vertrekken naar de volgende stad. Dus ik sluit me in de badkamer op, en zal er -zoals gewoonlijk- pas binnen een uur uitkomen.

Door de ogen van Lisa: Weer de bus in, deze keer voor 2 uur. Maar daar hadden we dus de files buiten gerekend. We staan nu al drie kwartier aan te schuiven op één of andere snelweg. Dorien en Soetkin zijn verwikkeld in een discussie over het nut van wc-borstels als niemand ze gebruikt. En -verbazingwekkend- heb ik geen drang om me met dit gesprek te moeien. Dromerig staar ik uit het raam en voel de miezerige regen - zelfs in Duistland regent het, het is verdikke zomer! -terug herinneringen oproepen. Die avond, dat alles tot me doordrong. Sharon en ik waren al heel de dag in het stad geweest, de ene winkel na de andere afgeschuimd. Tezamen in de paskotjes, dezelfde kleren passen. Alleen van maat verschillend, wat vroeger zo niet was. Sharon’s blik in de spiegel en op naar de volgende winkel, waar we toch niks zouden kopen. Nu zitten we in een klein, gezellig restaurantje, net buiten de stadsgrens. Dit hadden we ontdekt toen alles nog goed ging, gegeten dat we hier gedaan hebben. Ik bestel zoals altijd een grote pizza en kijk twijfelend naar Sharon. Haar ogen vullen zich met angst en vlug stamelt ze iets wat wel ‘een slaatje’ moet betekenen. Iets knakt in me. Langzaam dringt alles tot me door, het nooit meer samen lunchen, de lange toilletbezoekjes, de vier kledingmaten verschil. Ik wendt m’n gezicht af en kijk door de raam naar de verlaten straat. Het regent. Zonder dat ik het doorheb vullen mijn ogen zich met tranen. Gelukkig schuift de file opeens op of ik zat hier tussen Soetkin en Simon ingeperst te wenen. Vlug strijk ik met mijn hand over mijn ogen en doe alsof alles oké is. Het gesprek heeft een gans andere wending genomen en met plezier discussieer ik mee over de beste bands van het moment.

Door de ogen van Gustav: We staan nu al een kwartier op Bill te wachten, die weer al de tijd nodig heeft om zich haar in positie te krijgen en zijn make-up op te brengen. Die jongen is toch wel een geval apart. Wij allemaal eigenlijk. Ik laat mijn ogen glijden over Tom, zo gelijk maar ook zo verschillend aan zijn tweelingbroer. De player, de stoere van de band, maar diep vanbinnen zo’n klein hartje. Hij wil het niet toegeven maar de angst in zijn ogen als er iets met ons gebeurd spreekt boekdelen. Daarnaast staat Georg, de grappigste onder ons, een levensgenieter. Iemand die niet nadenkt maar toch bijna altijd de juiste beslissingen neemt. Iemand waar je op kan bouwen. En dan ik, de stille, zoals de meeste fans denken. Maar ze moesten mij soms eens bezig zien, ze zouden achter over vallen. Misschien ben ik wel de meest slimme van iedereen, maar ook ik ben, zoals iedereen van onze groep, gewoon een wilde jongen. En hijgend komt Bill binnen, degene met de meeste oprechte gevoelens, die teksten schrijft die mensen kan laten zweven. Die er altijd voor iedereen wil zijn. Die gelukkig is als wij gelukkig zijn. We zijn allemaal anders, maar toch vormen wij zo’n hechte groep. Ik zou mijn beste vrienden voor geen geld willen missen. Tezamen komen we in beweging. Op naar het volgende concert, langs ene kant hetzelfde als dat van gisteren, maar tegelijkertijd zo verschillend. De fans zijn er met dezelfde bedoeling maar maken elk concert anders, speciaal.

DEEL 10 ; De aflassing!

DEEL 10 ; De aflassing!

Door de ogen van Lisa: De voorbereiding voor het concert vliegt voorbij, ik help waar ik helpen kan. Simon en Koen zeggen dat het men taak niet is maar enige afleiding is welkom. Zo leer ik ook iedereen veel beter kennen en ik zie dat men het apprecieert dat ik overal een handje bijsteek. Ik probeer met iedereen toch een kort gesprekje te houden. Als het tijd is voor de soundcheck begeven we ons naar de backstage. Waar we ons klaarmaken voor de tweede ontmoeting met de boys. Voor Koen en Simon dan toch, voor mij natuurlijk niet, maar niemand weet van wat er gisteren is gebeurd. Het geluid van gestommel op de gang doet mijn hart een tel overslaan. De deur gaat open en… Soetkin komt binnen. Ik kalmeer en haal weer opgelucht adem, tot ik haar gezicht zie. Ze moet wel slecht nieuws te vertellen hebben. Aarzelend begint ze: ‘De security die normaal bij dit concert ging aanwezig zijn, heeft afgebeld. Ze kregen op het laatste moment een aanbod van Madonna die natuurlijk veel meer betaald. David staat op het punt van een zenuwinzinking en ondanks alle telefoontjes en connecties gaan we nooit nog mensen vinden voor vanavond. Het is onmogelijk om een concert te houden zonder de security, het zou helemaal uit de hand lopen. Het komt er dus op neer dat de komende 3 concerten worden afgelast, tegen dan is ons securityteam terug. David wil ook nog meegeven dat jullie dus 3 dagen betaald verlof hebben maar jullie in deze stad moeten blijven. Hij wil het niet hebben dat we vertraging oplopen of er iets gebeurd in ik weet niet welke staat. Dit was het denk ik.’ Iedereen kijkt teleurgesteld, maar ik voel me diep vanbinnen wel opgelucht. Ik weet niet of ik al die concerten wel zou aankunnen. Steeds die confrontatie met het verleden. Natuurlijk komt die er sowieso als de tour wordt verder gezet maar toch, nu heb ik nog even tijd om aan alles te wennen. Ik kijk rond en de beteuterde gezichten doen me denken aan het gezicht dat ik zou getrokken hebben moest het concert waar ik naartoe zou gaan, afgelast zou worden. Ik zie al de fans voor mij, die binnen een paar uur het slechte nieuws te horen zullen krijgen. Ontgoochelende gezichten, velen wenend, andere boos door de teleurstelling. Ik zie mezelf al, aan de telefoon met Sofie, haar vertellend dat het concert is afgelast. Hoe we tezamen in huilen zouden uitbarsten omdat we eindelijk onze ouders zo ver hadden gekregen om ons te laten gaan, omdat we koekjes zouden verkocht hebben voor de kaarten te betalen en er maanden naar uitgekeken zouden hebben. Maar ik hoor nu niet meer bij die fans. Die zullen moeten wachten op een volgende tour van hun favoriete band. Ik hoor bij de crew van die favoriete band, ik heb drie dagen vrij om te doen en te laten wat ik wil. Dat dacht ik toen, nu ben ik ervan overtuigd dat alles al geregeld was. Ik noem het Het Lot.

Door de ogen van Bill: Ik ben vandaag echt in vorm. We zijn pas bezig met de soundcheck maar alles loopt op wieltjes. Ik hoor dat ook Tom, Georg en Gustav er geweldig veel zin in hebben. We laten ons even meeslepen door de muziek die uit onze intrumenten - in mijn geval de micro - stroomt. Alles komt precies vanzelf. Ja, we voelen allemaal dat het vanavond een geweldig concert wordt. De zenuwen zijn verdwenen na de aftrap van onze nieuwe tour en vandaag belooft extra veel show. Totdat David op het podium komt gerend en ons onderbreekt. We zagen David nog niet veel zo wit, buiten na een ‘paar’ glaasjes teveel wijn natuurlijk. Hij probeert - niet dat het lukt - te kalmeren en nadat hij nog drie maal van kleur verandert is, begint hij zo langzaam mogelijk te vertellen. ‘Het is een ramp!’ En daar stokt zijn adem. We zien het hem moeilijk krijgen en halen vlug een stoel voor hij tegen de grond pletst. Vijf minuten -en 2 wisky’s- later krijgt hij weer kleur. Hij vervolgt: ‘ Ik wou jullie niet direct mee lastigvallen maar nu kan ik niets anders. Ik heb alles gedaan wat ik kon doen, iedereen opgebeld. Jullie moeten weten dat het niet mijn schuld is.’ Met een zucht kermen we in koor: ‘ David, zeg gewoon waar het opstaat!’ David gaat vlug verder: ‘Jullie komende drie concerten zijn afgelast.’ Alle vier onze monden zakken open en vijf seconden zijn we sprakeloos. Daarna beginnen we door elkaar te praten en te schreeuwen. David roept boven ons uit: ‘ Rustig, nogmaals, ik kan er niets aan doen. Eén of ander sterretje, Madonna of zo iets in die aard, moest zonodig onze security inroepen. Dus wij zitten de komende dagen zonder bewaking. En jullie weten dat we zonder security worden afgemaakt. Of in jullie geval, overstelpt door vrouwelijke aandacht, knuffels, hysterische fans en ander gedoe dat bij een tieneridool hoort. Vroeger konden we overleven met vijf bodyguards maar dat is nu niet meer het geval. Het bericht van de aflassing van de volgende drie concerten wordt binnen een uur verspreid. Ik moet nog heel veel regelen dus het komt er op neer dat jullie drie dagen vrij hebben. Doe geen domme dingen want nog meer problemen kan ik nu wel missen.’ En dan is David alweer verdwenen. Met lange gezichten druipen we af naar de backstage. Maar mijn gezicht klaart op als ik Lisa zie zitten. Zo in gedachten verzonken dat ze niet eens opmerkt dat we de kamer zijn binnengekomen. Ik kijk stiekem naar haar volmaakte gezicht en voel dat het toch geen drie saaie dagen zullen worden… VOOR DORIEN; OMDAT HAAR VERHAAL BYNA GDN IS. MAAR TS PRCHTG!

Het jurkje van het verleden.

Het jurkje van het verleden.

Door de ogen van Lisa: Simon, Koen, Soetkin, Dorien hebben binnen een uur afgesproken aan de uitgang van het hotel. Als we drie dagen vrij hebben moeten we niet op onze kamer blijven zitten, dat kunnen we later nog genoeg doen. We hebben tezamen besloten om het nachtleven in te duiken. Zo noemen zij het toch, ik noem het wegvluchten van mijn gedachten. We trekken ons allemaal terug op onze kamer en maken ons klaar om straks de boel op stelten te zetten. Na mijn koffer vijf maal dooreen gegooid te hebben kan ik nog steeds niet beslissen wat ik ga aandoen. Een gewone zwarte jeans met een greendaytshirt? Of één van de kleedjes die Sofie en Maya in mijn koffer hebben gepropt? Nee, die zijn er net iets over vrees ik. Ik begin lichtjes in paniek te geraken als ik opeens die bekende stof langs mijn vingers glijdt. Ik hoef niet eens te kijken om te weten welk kleedje ik in m’n handen heb. Maar ik had dit kleedje toch niet ingepakt? Drie maanden geleden heb ik het opgeborgen, veilig, vanachter in m’n kast. Drie maanden geleden dat ik dit nog heb aangehad. Bijtend op m’n lip kleed ik me aan en tot m’n grootste verbazing pas ik nog in dat kleedje van het verleden. Het voelt zo vertrouwd aan maar tegelijkertijd ook zo verkeerd. Ik begin rondjes te draaien, terwijl ik weer naar het verleden suis. Rapper, rapper, rapper. Tot er op de deur wordt geklopt. Dorien vraagt of ze mag binnenkomen. Vlug sla ik mijn jas om me heen en doe de deur open. Dorien stormt naar binnen en vraagt of ze een tshirt zou mogen lenen, op de één of andere manier is ze niet tevreden met het rode ding dat ze nu aanheeft. Vlug steek ik haar een tshirt toe en wil haar naar buiten werken, dit is allemaal iets te moeilijk. Maar ze vraagt al wat ik aantrek. Ik laat m’n jas afglijden en ze gaapt me met open mond aan. Ik draai me om en kijk recht in mijn spiegelbeeld. En ook ik sta even versteld. Wat lijk ik op Sharon, vooral met dit kleedje. Dat we tezamen hebben gekocht. Vroeger, drie maanden geleden. De witte zachte stof met rode kersjes op past perfect bij m’n zwarte haren. Die lange haren, waar Sharon maar niet over kon zwijgen. Hoe hard ze jaloers was, dat ze zo wou ruilen. Zelf had ze blond piekhaar, waardoor haar pittig gezicht nog beter uitkwam. Sharon was perfect, maar dat kon ze zelf niet geloven. Een zwaaiend hand voor m’n ogen doet me weer tot de aarde dalen. Dorien kirt dat ik zeker dit kleedje moet aanhouden, maar ik weet het zo niet. Ik stamel dat ik geen passende schoenen heb maar twee minuten later staat Dorien in m’n kamer met rode ballerina’s in haar handen. Ze duwt ze in mijn handen en is al weer verdwenen. Zenuwachtig steek ik m’n voeten in de perfect met m’n kleedje matchende schoentjes en ze zitten als gegoten. Weer heb ik die drang om rondjes te draaien. Maar ik heb nu geen tijd, een blik op de wekker toont aan dat ik nog welgeteld een kwartier heb om me op te maken en m’n haar in de juiste vorm te forceren.

Door de ogen van Dorien: We trekken straks naar één of andere dure club,Mojito genaamd, maar het is op kosten van onze werknemers, dus we geven er niet om. Waar ik anderzijds wel om geef, en niet een beetje, is wat ik moet aantrekken. Mijn grijze jeans, dat is al rap beslist, maar ik kan toch niet één van m’n oude tshirts aandoen? Ik ben fijner dan Soetkin, maar misschien heeft Lisa wel wat voor mij. Vlug loop ik naar haar kamer en hoor daar gestommel, gelukkig doet ze open. Ze steekt me vlug een paars glittertopje in mijn handen, niet echt mijn stijl, maar het is beter dan wat ik nu aanheb. Vanonder haar jas zie ik een witte stof met rode kersjes op tevoorschijn komen. Als ze haar jas laat zakken sta ik echt versteld. Dit kleedje zit haar als gegoten, alsof het voor haar gemaakt is. Stiekem ben ik jaloers op haar figuur. Lisa’s ogen verraden weeral dat ze met iets zit maar ik durf er niet naar te vragen. Ik zie dat ze het er te moeilijk mee heeft. Als ze stamelt dat ze geen schoenen heeft die bij haar jurkje passen, ren ik snel om m’n rode ballerina’s. Die ik toch nooit draag. Daarna bedank ik haar voor de tshirt en ga er vandoor. Ik heb nog 20 minuten om verder klaar te maken, dit wordt dus krap.

Door de ogen van Bill: Het is nu al weken geleden dat we met de band nog ergens ’s avonds naartoe geweest zijn. Maar we moeten ons humeur wat omhoog krijgen, dus hebben we besloten om er vanavond nog op uit te trekken. Tom heeft alles geregeld en ik probeer me momenteel zo onherkenbaar mogelijk te maken. Want wat we nu wel kunnen missen is herkent worden en moeten gaan lopen van een zwerm hysterische tieners. Oke, we houden van onze fans, maar is een beetje rust echt teveel gevraagd? David verklaarde ons zot dat we in een stad uitgaan, waar we eigenlijk moeten optreden, moest hij het weten weliswaar. We hebben het hem namelijk niet verteld. Hij zou alleen nog maar meer flippen, het verbieden en nog een fles wisky openen. Ook willen we geen bodyguards om ons heen, dan valt het nog meer op. Met andere woorden, alleen wij vier weten er iets van. Ik trek vlug wat wijdere, normale kleren aan en prop een muts over m’n haren. Wat haat ik dat. Make-up verwijderen en echt, ik ben bijna onherkenbaar. Wat later staat de rest van de band in m’n kamer. Allemaal uitziend als doodnormale jongens. Onze tranformatie is werkelijk geslaagd. Vijf minuten later lopen we door het donker naar de club die Tom heeft uitgekozen. Mojito staat op een flikkerend bord boven de deur…

Broken.

Broken.

Door de ogen van Lisa: Na een laatste goedkeurende blik in de spiegel vertrek ik naar beneden, waar we hebben afgesproken. De rest van onze groep is er al en als ik binnenkom versteent het gesprek opeens. Alle ogen schieten mijn kant uit. Koen moet moeite doen om niet te kwijlen en Simon geeft er niet om dat zijn mond wagenwijd open hangt. Met een verlegen lachje kom ik bij hen staan en herinner ze eraan dat ze allebei een lief hebben. Al rap keert de vertrouwde sfeer terug en vertrekken we te voet naar de Mojito. Eenmaal aangekomen in de club gaat alles rap. Het is overvol en het ene na het andere drankje wordt mij aangereikt. Al rap heb ik er geen idee meer van hoeveel ik al op heb. Maar ik geef er niet om, ik laat me helemaal gaan nu Soetkin en Dorien me met veel sleuren op de dansvloer hebben gekregen. De muziek staat me niet aan maar het boeit me niet meer. Natuurlijk zie ik wel dat die jongen met dat blond piekhaar steeds naar me gluurt, en daarjuist heb ik dus echt wel een knipoog opgevangen, maar ik ben niet geïnteresseerd. Er zijn wel vlinders, maar niet voor die jongen, die ik helemaal niet ken. Wel voor een andere jongen, die ik, als ik erover nadenk, ook niet ken. Maar ik kan niet ontkennen, die jongen in die hoek is verschrikkelijk knap. Opeens trekt Soetkin me mee de wc’s in en staart me stralend aan. ‘Ben je nog van plan om op die jongen af te stappen, hij zit nu al heel de tijd naar jou te staren. En hij is lekker, als jij hem niet moet, wil ik hem wel.’ Met open mond staar ik haar aan, is het iedereen zo opgevallen? ‘Je mag hem hebben, het is mijn type niet.’ Stamel ik. Ik ben nog lang niet klaar voor een nieuwe relatie, denk ik er achteraan. Na onze make-up bijgewerkt te hebben begeven we ons weer naar de dansvloer. Dorien stopt me het zoveelste glas in m’n handen, ik weet dat ik al genoeg op heb maar kan niet weigeren. Eindelijk heb ik weer eens plezier.

Door de ogen van Tom: Ondanks de teleurstelling van de aflassing van die drie concerten, heb ik het helemaal naar m’n zin. Niet dat ik de dansvloer durf op te gaan, maar gewoon zitten en kijken is voor mij al goed genoeg. Als je ziet wat voor schoon volk hier rondloopt natuurlijk. Ik ben blij dat we eindelijk nog eens buitenkomen en iets tezamen doen. Ook Georg en Gustav hebben het naar hun zin, maar Bill doet niets anders dan voor zich uit staren. Ik kan hem momenteel maar moeilijk meer doorgronden. Ik besluit hem met rust te laten en begin met Georg de dansende meisjes te keuren. Deze club is gigantisch en tot zover ik heb kunnen zien, ziet iedereen er perfect uit. En wij loper erbij als midklas mensen, maar we worden tenminste niet herkent. Niemand let op ons, ze moesten eens weten dat dé gasten van Tokio Hotel zich in dezelfde ruimte als hen bevinden. Ik duw m’n muts toch wat meer voor mijn ogen als een meisje me net iets te lang zit aan te staren. M’n ogen glijden over haar lange benen. Georg volgt mijn blik en hij glimlacht geniepig. Maar we beseffen wel dat hier iets met een meisje beginnen geen goed idee is. Al snel is het meisje verdwenen en glijden m’n ogen naar het volgende korte rokje. Bill staart nog steeds wezenloos voor zich uit en ik besluit dat het tijd wordt om hem wat te entertainen… Ik sleur hem mee de dansvloer op, niet dat we kunnen dansen, maar alles is beter dan stil te zitten. Als ik Bill’s hand pak voel ik hem trillen, wat is er toch met hem?

Door de ogen van Lisa: Ik besef niet meer wat er gebeurd. Ik laat me leiden door mijn voeten die dansen op verschrikkelijk foute muziek. Ook Soetkin is al ver weg. Onbewust kom ik naast die jongen te staan. Ik dans gewoon verder alsof ik zijn brandende blik niet voel. Ik heb verschrikkelijk warm tussen al dat volk en zweet me dan ook te pletter. Maar wat geef ik erom, niemand die mij hier ziet, zie ik ooit terug. En de rest van de groep herinnert zich morgen toch niets meer van deze club. Ik betwijfel of ik nog zal weten wat ik allemaal heb gedaan vanavond. Echt veel stelt het toch niet voor, nog niet. De jongen begint nu ook te dansen en we komen steeds dichter bij elkaar te staan. Wat doe ik toch, ik heb hier helemaal geen nood aan, dit hoort niet. Wat hou ik mezelf toch voor, ik doe toch helemaal niets fout. Ik heb nog niet eens een woord tegen deze jongen gezegd, en dat ben ik ook niet van plan. Dat was ik toch niet. Maar hij vraagt al hoe ik noem. Ik kan moeilijk zwijgen en weglopen dus stamel ik dat ‘k Liselotte noem. Waarom ik niet eerlijk mijn naam zeg, begrijp ik niet. Maar ik voel me veiliger, waarvoor is ook een groot vraagteken. We geraken aan de praat en Cedric, zo stelde hij zichzelf voor, komt steeds dichter bij me staan. Duizenden gedachten vlammen door m’n hoofd maar worden onderdrukt door de grote hoeveelheid alcohol dat ik op heb.

Door de ogen van Bill: Tom doet alles om me te doen lachen, maar hij begrijpt niet dat ik vanbinnen gloei, dat ik vanbinnen als gelukkig ben. Hij ziet mijn zwijgen als een slecht teken, terwijl ik gewoon droom. Ik zie Tom wel kijken naar al de meisjes die voorbij komen, en ik geef toe, ze zijn niet mis. Maar ik kan maar aan één iemand denken, dat meisje met de ogen om in weg te zinken, te verdrinken. Dat meisje waar ik heb naast gezeten, zonder iets te zeggen, gewoon met mijn arm om haar heen. Dat meisje dat ik amper ken, maar toch al zoveel om geef. Dat meisje, Lisa. Tom trekt me mee de dansvloer op en Georg en Gustav strompelen achter ons aan. Pas nu dringt de muziek tot me door, die typische clubdansmuziek. Maar ik geef er niet om, ik loop op wolken. Tom sleurt me mee naar de andere kant van de club, naar de bar.

Door de ogen van Lisa: Ik volg Cedric naar de bar, waar hij nog een drankje voor me haalt. Nog eentje meer zal het verschil niet maken. Als hij mij het drankje aanreikt, komen zijn vingers even aan de mijne. Ik trek me met een snok terug, dit voelt niet juist. Maar hij merkt het niet. Hij zegt woorden, zinnen, maar het dringt allemaal niet tot me door. Ik leun tegen de bar en opeens is Cedric heel dichtbij. Voor ik iets kan doen raken zijn lippen de mijne. Ik trek me ruw terug en draai me om. M’n ogen haken zich vast in die bekende ogen, de ogen die me altijd al hebben doen zweven, maar me nu pijnlijk aanstaren. In zijn ogen zie ik de pijn, die ik hem juist heb aangedaan. Met een ruk draait hij zich om en verdwijnt tussen de menigte. Daar gaat mijn droom. Bill.

I won't take it anymore.

I won't take it anymore.

Door de ogen van Bill: Is dat Lisa, de Lisa waar ik nu al heel de tijd mee in mijn hoofd zit? Zit mijn Lisa daar nu met die jongen te kussen? Oke, we hebben amper gepraat, maar ik dacht dat zij het ook voelde, die connectie tussen ons. Georg en Gustav botsen met een knal tegen me aan als ik abrupt stop. Ze kijken me vragend aan maar ik neem de moeite niet om het uit te leggen. Ik snap mezelf niet helemaal, waarom ben ik nu zo overstuur, Lisa heeft helemaal geen relatie of iets in die aard met mij. Waarom voelt het alsof er vanbinnen iets breekt? Ze kijkt op, onze ogen ontmoeten elkaar, en ondanks de wazigheid van de drank in haar ogen, voel ik terug die klik. Die klik die ik al van de eerste keer voelde. Maar die is er bij haar dus niet. Hoe kwam ik er ook bij dat het lot mij zo goed gezind zou zijn, dat men mij een meisje zo geven dat bij mij kon zijn, dat zo perfect was, dat mij nodig had. Ik draai me om en loop weg, vraag mij niet naar waar, het maakt ook niets uit. Ik wil gewoon weg van dit hartbrekend tafereel. Ik bots tegen mensen, vloekende woorden, maar ik luister er niet naar, ik heb lucht nodig. De deur, eindelijk, ik storm naar buiten, en loop door, blijf lopen. Tom roept m’n naam, ik wil hem bij mij, maar ik kan me niet omdraaien. Dat pijnlijke beeld, van Lisa en die jongen, lippen tegen elkaar, staat nog steeds op m’n netvlies gebrand.

Door de ogen van Tom: ‘Bill, Bill, kom terug!’ Ik roep tevergeefs, hij kijkt om maar doet geen aanstalten om terug te komen. Wat was er dat hem zo deed doorslaan, wat is er toch met mijn broertje aan de hand? Voor de eerste keer in m’n leven snap ik niet wat er allemaal gaande is in zijn hoofd. Ik ren achter hem aan, maar hij is te snel. Ik ben nooit goed in sport geweest. Georg en Gustav komen naast me staan en die hebben mogelijk nog minder besef van wat er gebeurd. ‘Bill, Bill, waar ben je?’ Ik loop in de richting waar hij is verdwenen. ‘BIIILLL!’ Ik krijg geen antwoord.

Door de ogen van Bill: Ik hoor mijn naam echoën door de verlaten straten, maar het dringt niet tot me door, dat men wel degelijk naar mij roept. Ik ren, nog steeds, de koude snijdt langs m’n gezicht, voor de zomer is het wel verschrikkelijk koud. Wat doe ik toch? Ik ken deze stad helemaal niet, hier weglopen is gekkenwerk! Met mijn oriëntatiegevoel loop ik 100 procent zeker verloren. Maar dan ben ik tenminste weg van wat er daarjuist is gebeurd. Ik struikel en met een knal beland ik op de harde stenen. M’n knieën branden en m’n hoofd suist. Pas nu komt mijn verstand terug. Waar ben ik mee bezig? Ik zet me neer, tussen de achtergelaten blikjes en ander afval. De vieze geur dat het verspreidt dringt niet tot me door. Ik zit, in het donker, in een onbekende stad, helemaal alleen, en heel zachtjes, huil ik.

Door de ogen van Tom: Ik weet dat het gek is om in het donker achter Bill te gaan, maar ik kan hem niet aan zijn lot overlaten. Het roepen heb ik opgegeven, ik krijg toch geen antwoord. Tezamen met Georg en Gustav loop ik door het steegje waarin Bill zonet verdwenen is. Hij kan overal zijn. Deze stad is een doolhof voor ons. Waarom wouden wij ook zonodig vanavond uit gaan?! Ik wou dat David bij ons was, ookal kan hij ‘soms’ moeilijk doen, hij weet hoe hij benarde situaties moet aanpakken. Maar we kunnen beter Bill terug vinden, want teruggaan naar het hotel zonder Bill zit er echt niet in. David vermoordt ons als hij hoort dat we zonder zijn toestemming erop uit zijn getrokken. Abrupt sta ik stil. Georg vloekt stil als Gustav tegen hem aanbotst. Die jongens volgen me toch bij alles dat ik doe, net het zelfde wat Bill en ik bij hen zouden doen natuurlijk. Weer hoor ik een snik, stil, gedempt, maar toch hoorbaar. Omdat het zo herkenbaar is. Het is jaren geleden dat ik die nog hoorde, maar toch zie ik alles nog zo voor me. Bill als 14jarige die thuiskomt van school, ik was ziek en bleef dus thuis. Bill die snikkend thuiskwam, boos roepend dat men hem altijd moest hebben. Dat hij het beu was, hij huilde nog twee tranen en verbeet zich. Hij zwoer toen dat hij nooit mijn op zijn dak ging laten zitten. Die vrijdag was de laatste keer dat ik hem heb zien wenen.

Door de ogen van Bill: Voetstappen naderen, maar ik heb de fut niet om m’n hoofd op te heffen. Drie paar zo bekende schoenen komen voor me staan. Ik verbijt me meteen, en droog m’n ogen. ‘k Ben blij dat ik geen make-up aanheb, of ik zag er mogelijk nog erger uit. Ik stel me recht en Tom vangt me op als ik weer door mijn benen zak. Maar al rap heb ik me herstelt, achter elkaar, eerst Tom, dan ik, Georg en Gustav, slenteren we terug in de richting van de Mojito. Ik probeer m’n gezicht af te wenden, maar ik heb al gezien wie er in de deuropening staat. Lisa. Weer breekt er iets vanbinnen, maar deze keer is het niet mijn hart, deze keer is het iets anders. Ik voel weer kracht in mij, zoals een vijftal jaar geleden... Tom is er vandaag niet bij, deze keer sta ik er helemaal alleen voor. Ze lachen nu nog harder dan anders, fluisteren niet meer, maar zeggen het gewoon in mijn gezicht. Ik hou me groot, maar vanbinnen ween ik. Waarom ik, waarom? Ik ben anders, dat ontken in niet. Maar als dit nu is wie ik ben, waarom mag ik mezelf niet zijn? Zij zijn allemaal hetzelfde, zij zijn hier de slechten en toch word ik zo hard aangepakt. Dat kan niet, dit is fout! Thuis stort ik helemaal in, maar ik weet dat na deze dag alles anders zal zijn. Vanaf nu zal ik van me afbijten, zal ik voor mezelf en m’n broer vechten. Het is genoeg geweest, ik heb genoeg verdragen, maar nu, nu ben ik het beu! Ik knijp in mijn broer z’n hand, recht m’n rug en voel die kracht weer door me stromen. Iemand die me verdriet doet, is mijn liefde niet waard, denk ik, terwijl ik de laatste keer naar Lisa kijk.

I'm going to make her proud.

I'm going to make her proud.

Door de ogen van Lisa: Ik kan niet slapen, de hele avond speelt zich voor de duizendste keer terug af in mijn hoofd. Hoe alles goed begon en dramatisch eindigde. Kussend met een onbekende jongen terwijl de jongen van de dromen erop stond te kijken. Hoe ik in zijn ogen zag dat ik hem diep had gekwetst. Hoe ik mijn eigen hart hoorde breken en Cedric van me afschudde. Hoe ik Soetkin, Dorien, Simon en Koen achterliet in de Mojito en alleen mijn weg naar het hotel zocht. Ik me de trappen opsleepte en tot m’n grote verbazing m’n sleutel heb teruggevonden. Hoe ik met het kleedje en de rode ballerina’s aan op m’n bed ineen ben gezakt. En hoe ik hier nu lig, eenzaam, verloren. Waarom moest ik nu zonodig toch dit kleedje van het verleden aandoen, ik had moeten weten dat dat alleen maar problemen met zich meebrengt. Maar nu is het allemaal te laat, ik kan de tijd niet terugdraaien. Moest dat kunnen, ik zou zo’n 5 maanden terug gaan. Toen alles nog goed was, toen ik nog echt gelukkig was, toen ik nog echt van het leven hield. Toen jij nog gelukkig was, toen wij het tezamen zo goed hadden. Toen jij nog jezelf was. Sharon. Waarom moet ik bij alles aan jou denken, waarom roep alles wat ik doe herinneringen op. Waarom spook je nog steeds door mijn hoofd. Jij hebt mij opgegeven, terwijl ik je nodig had. Je bent weg, en je liet me alleen achter. Natuurlijk ging het helemaal niet over mij, ze streed een oorlog met zichzelf. En ze wist dat ze niet kon winnen, niet alleen. Maar waarom liet ze me dan niet toe, ik kon helpen, dat weet ik, nee, dat hoop ik. Ik mag me niet schuldig voelen, maar toch doe ik het. Ik stap uit bed en zet me voor de spiegel. Door het maanlicht dat m’n kamer binnenstroomt kan ik nog net mijn schim zien. Met een klik doe ik het kleine lampje aan en staar in mijn, rood door tranen, ogen. Ik vind mezelf niet meer terug, Sharon nam het grootste deel van mij al met zich mee en nu Bill, hoe hij me aankijk, zo kil. Z’n ogen waren zwart, niet meer donker bruin, zwart. Ze boorden zich niet meer in mij, maar keken recht door me heen. Ik kan Bill wel vergeten. Hij nam mijn laatste stukje eigenheid mee. Ik trek aan m’n lange haren, en daar komt Sharon weer in me boven. Ze adoreerde m’n haren. In een opwelling grijp ik naar de schaar op de lavabo en begin te knippen. Plukken zwart haar vallen rond me op de grond. Ik knip tien, twintig, dertig centimeter. Huilend hijs ik me uit het jurkje en duik onder m’n dekens. Ik val warempel snel in slaap, met mijn haar liet ik ook een stukje verdriet achter.

Door de ogen van Bill: Eens aangekomen in het hotel krijg ik verschrikkelijke honger. Als ik voorstel om nog iets te eten te bestellen, verklaren Tom, Georg en Gustav me zot. Maar door mijn wandeling in de zevende hemel heb ik amper gegeten vandaag. Tien minuten later zitten we met een gigantische pizza tussen ons in. Ik praat mee over de belachelijkste dingen maar toch zie ik Tom heel de tijd ongerust naar me kijken. Hij ziet toch dat het goed met me gaat, hij hoeft zich heus geen zorgen te maken. Maar toch krijg ik die worden niet over m’n lippen. Ik weet dat ik kracht uitstraal, ik heb het altijd al gekund. Eruit zien alsof ik de hele wereld aankan, terwijl ik vanbinnen helemaal gebroken ben. Zo’n vijf jaar geleden heb ik geleerd om op een gegeven moment m’n ziel te sluiten. En dan kan zelf m’n tweelingbroer zich niet meer in mij herkennen. Ik weet dat het toch niets oplost, maar het voelt zoveel veiliger. Ik kijk Tom aan en lach. Fake.

Door de ogen van Georg: Volgens mij ben ik de enigste die inziet waarom Bill zo overstuur was. Zag niemand die blik, toen hij dat meisje zag kussen. In die club, waarna hij er gewoon vandoor ging. Hoe we hem wenend vonden, en hij daarna opeens weer stabiel was. Hoe hij daarna een laatste blik om dat meisje wierp en weer een lach op zijn gezicht toverde. Dit was niet zomaar een meisje, dit was Lisa, een nieuwe uit de crew. Ze doet me denken aan Melissa, m’n eerste vriendinnetje. Van toen ik twaalf was, drie maanden heeft het geduurd. Toen is ze verhuisd, zonder afscheid te nemen. Ik heb het haar nooit vergeven. Niets heb ik nog van haar gehoord, geen smsje of mail. Niets. Ik kan het niet toelaten dat Lisa Bill ook zo zal kwetsen. Hoe ze kuste met die jongen, ze had toch wel gemerkt dat Bill wat voor haar voelde? Dat kan niet anders, het schiet er vanaf. Wie doet nu zoiets, een onbekende gaan kussen terwijl degene die je echt graag ziet erop staat te kijken. Melissa, Lisa, al die andere meisjes, ze zijn allemaal dezelfde.

Door de ogen van Lisa: Pas als ik na een vijftal uur slapen in de spiegel kijk, dringt het tot me door wat ik gisteren heb gedaan. Ik staar naar een meisje met kort, onsymmetrisch haar. Ik zou me niet herkennen, moesten mijn groene ogen m’n binnenste niet weerspiegelen. Waarom heb ik in hemelsnaam m’n haar afgeknipt, het haar waar ik jaren voor gespaard heb, het haar waar ik stiekem trots op was. Het laatste ‘levende’ stukje van Sharon. Nee, Sharon zal altijd in me zitten. Nadat ik m’n haar nog wat heb bijgeknipt lijk ik echt letterlijk de zwartharige versie van mijn Sharon. Ik snik en strompel naar de badkamer. Bijna herval ik in een oude gewoonte. Maar de gedachte dat Sharon dit niet zou gewild hebben, houdt me tegen. Al moet doorzetten, overleven, zelfs al is het niet voor mezelf. Ik zal bereiken wat Sharon in haar leven wou bereiken. Ik zal haar trots maken.

I can't tell her what i feel.

I can't tell her what i feel.

Om 9 uur zit ik al in de ontbijttafel van het hotel. Buiten het personeel ben ik nog helemaal alleen, iedereen blijkt vandaag uit te slapen. Ik kijk vol afgrijzen naar de boterkoek op m’n bord. Ik neem aarzelend een hap en voel me direct schuldig. Ik ben het niet waard te eten. M’n rest van de koek beland in de vuilnisbak en net als ik terug naar m’n kamer wil vertrekken, staat Bill voor me. Even zie ik zijn verdriet, waarna zijn ogen weer zwart worden. Hij doet zijn mond open maar houdt zich op het laatste moment in. Ik zou gewoon willen doorlopen, doen alsof ik niet om hem geef. Maar ik zou alleen mezelf beliegen. Ik volg Bill naar het tafeltje in de hoek. Aarzelend zet ik me op de stoel voor hem en zwijgend staar ik hem aan. Probeer weer in zijn ogen te kijken, en te voelen wat hij voelt, te denken wat hij denkt. Maar het lukt niet meer, zijn ogen kijken langs me heen. Ik kan het niet tegenhouden en barst in tranen uit. Waarom moeten juist degenen waar ik stiekem van hou, me haten. Waarom zien degenen waar ik echt om geef , mijn echte ik niet. Hoe Bill mij gisteren heeft gezien, is helemaal niet wie ik ben, dat was een momentgebeurtenis. Die moest ik het kunnen herhalen, helemaal niet meer gedaan zou hebben. Ik kijk op naar de stalen jongen voor me en zie toch even een glimpje medelijden, een glimpje onzekerheid in zijn donkere ogen.

Door de ogen van Bill: Vandaag sta ik vroeg op, wat totaal niet mijn gewoonte is. Maar ik word gek van het heen en weer draaien in de hoop om toch nog de slaap te kunnen vatten. Kwart voor 9 wijst mijn wekker aan. Langzaam hijs ik me uit m’n bed en sluit me op in de badkamer. Verdwaasd staren vermoeide ogen mij aan, gebroken ogen, de ogen van een jongen die pas zijn liefde heeft laten gaan. Langzaam begin ik m’n haar te kammen, plens daarna wat water in m’n gezicht, trek de eerste de beste kleren aan die ik kan vinden en maak m’n ogen op. Nog nooit was ik zo rap de badkamer uit. Als een zombie strompel ik de trap af en bedank de heer dat hij ervoor gezorgd heeft dat er vandaag geen gillende fans het hotel zijn binnengedrongen. Op automatische piloot loop ik de eetzaal binnen en kom pas weer tot mijn positieven als ik recht in de helder groene ogen van Lisa staar. Wat is er met haar haar gebeurd? Even voel ik verschrikkelijk schuldig maar al rap heb ik mezelf hervonden. Of moet ik zeggen dat ik vlug terug mijn masker op zet. Een stemmetje binnen in me zegt dat ik haar moet zeggen waar het op staat. Maar gelukkig kan ik me nog net beheersen. Dit zou het alleen nog maar moeilijker maken. Ik loop naar een tafel helemaal achteraan en tot mijn eigen schrik hoor ik Lisa mij volgen. Waarom doet ze dit nu, ze ziet toch dat ik niet om haar geef? Of ziet de mijn ware aard, de aard dat verlangt dat zij de ware is. Ik kijk op en kan even mijn gevoelens niet bedekken als ik de pijn in haar vermoeide ogen zie. Maar ook deze keer, is er weer de vonk, maar deze keer verbied ik mezelf er aan toe te geven. Of probeer ik dat toch.

Door de ogen van Lisa: Met brekende stem begin ik ; ‘ Bill, je mag echt niet denken dat ik zomaar de eerste de beste binnendoe. Ik had veel te veel op en had mezelf niet meer in de hand. Hij kuste mij, niet omgekeerd. Ik wil dit niet goedpraten, want hier was helemaal niets goed aan. Ik . ik weet niet wat ik moet. Maar Bill, ik wil niet dat je me gaat negeren. Ik ken je niet maar toch, hoe je me troostte twee dagen, dat zal ik nooit vergeten. Laten we gisteren gewoon vergeten. ’ Angstvallig wacht ik op zijn antwoord. Hij doet zijn mond open en vraagt; ‘Wat is er met je haar gebeurd?’ Verbaasd staar ik hem aan, ik lucht mijn hard en hij vraagt in godsnaam wat ik met m’n haar heb gedaan? ‘Sorry, ik. Ik weet niet wat er met me is. Maar. Ach. Ik kan het niet uitleggen!’ gaat hij vlug verder. ‘Wat kan je mis doen, wat kan jou schelen wat ik denk?’ probeer ik nog. Maar zijn blik staat al weer op oneindig.

Door de ogen van Bill: Haar verontschuldigingen komen gemeend over, maar wat kan ik zeggen. Dat het haar allemaal vergeven is. Ze heeft niets misgedaan tegenover mij, maar toch voel ik me diep gekwetst. Ik kan zeggen dat alles oke is, maar vanbinnen weet ik dat ik nog dagen ga lopen tobben over wat er nu werkelijk tussen ons is. Ik wil het haar allemaal uitleggen, over dat ik het gevoel heb dat zij de ware is. Dat ik daarom zo overstuur was en haar daarom nu niet kan aankijken. Ik probeer, maar ik kan het niet. Zelfs haar smekende ogen kunnen me niet zover krijgen. Ze zou me maar zwak vinden, zoals 99/100 van deze wereldbol. Ik kan het allemaal beter voor mijn eigen houden, haar verwerken, langzaam vergeten. Proberen vergeten. ______________________________________________________
een minder stukje; ik weet het

Eyes don't lie.

Eyes don't lie.

Door de ogen van Georg: Het is gisteren echt laat geworden. Dat in combinatie met net iets té veel drank is de verklaring voor mijn mislukt hoofd vandaag. Half elf, veel te vroeg naar mijn zin, maar van slapen zal toch niks meer komen. Stil kleed ik me aan en schuifel naar Tom zijn kamer. Tijd om wat leven in deze zaak te brengen. Met een beker water in m’n hand probeer ik zo stil mogelijk de deur open te krijgen. Naarmate ik niet zo handig ben, piept de die verschrikkelijk, maar Tom zou nog niet wakker worden als er een bom naast zijn bed zou ontploffen. Toch sluip ik heel stilletjes naar Tom zijn bed en giet in één keer het hele glas over zijn slapende kop. Ik wacht op zijn reactie, maar die is niet wat ik gehoopt had. Hij springt niet gillend op en begint te vloeken, hij begint niet op me te slaan, nee, hij doet niet eens zijn ogen open. Met een kreun draait hij zich op zijn andere zij en slaapt rustig verder. Missie mislukt. Luid stampend met mijn voeten - op de hoop Tom toch wakker te krijgen – loop ik naar beneden. Bill zit vast al te ontbijten, want hij was niet in zijn kamer. Anders had hij die plens water over zich heen gehad. En geloof me, Bill en water dat niet in een glas zit, dat is géén goede combinatie. Ik zie Bill inderdaad aan een tafel in de eetkamer zitten, maar hij is niet alleen. Als ik dichterbij kom, zie ik dat Lisa voor hem zit. Lisa van gisteren, Lisa die op Bill’s hart trapte, die Lisa zit nu bij Bill aan tafel! Ik stap er kordaat op af en zet me op de stoel naast Bill. Er valt een lange pijnlijke stilte. Ik kan mezelf niet meer tegen te houden en alles wat ik denk, spuw ik eruit : ‘Wie denk je wel niet dat je bent? Gisteren voor Bill’s neus met iemand anders zitten zoenen en dan hier zo schijnheilig komen zitten. Schaamt gij u niet?!’ Al mijn frustraties vloeien naar buiten. Over Lisa, Melissa, alle meisjes die ooit een jongen bewust hebben gekwetst.

Door de ogen van Bill: Onee, Georg. Waarom moet die zich zonodig moeien. Ik had het helemaal onder controle, maar hij gaat hier nog eens de verkeerde dingen zeggen. Hij gaat verder: ‘Zie je dan niet dat Bill om u geeft?!’ Kreun, ik moet ingrijpen of Georg zit hier nog te verkondigen dat ik met Lisa wil trouwen en 35 kinderen maken. ‘Georg, hou je in!’ Verraden kijkt hij me aan. Maar ik ben niet meer te stoppen. ‘Lisa heeft zojuist haar excuses aangeboden. En daarbij, ze heeft helemaal geen verplichtingen tegenover mij. Waarom zou ze? Ik ken haar niet eens, er is helemaal niets tussen ons. En dat zal ook nooit gebeuren!’ Oh help, waarom zei ik dat nu? Lisa kijkt me geschrokken aan, haar ogen lijken gebarsten, gebroken door de woorden die ik net zei. Maar totaal niet meende.

Door de ogen van Lisa: Eerst krijg ik een preek van Georg, die ik totaal niet zag aankomen. Bill geeft me hoop door het voor me op te nemen en vlamt er dan uit dat hij & ik een onmogelijke combinatie is. Ik wil opstaan en ervandoor lopen, maar iets houdt me tegen. Iets zegt me dat dit nog niet voorbij is. Als ik in Bill’s ogen kijk, zie ik dat ik gelijk heb. Dit is niet de blik van iemand die meent wat hij zegt. Dit is de blik van iemand die denkt dat hij datgene zegt wat iedereen wil horen. Maar nu besef ik dat dit géén slechte combinatie is. Dat dit kan. Onder tafel knijp ik in Bill’s hand en met die aanraking smelten Bill zijn ogen weer helemaal. Eindelijk zie ik weer die jongen waarmee de echte klik was. De jongen die naast me kwam zitten daar in de regen. Die een arm rond me sloeg en me het gevoel gaf dat ik speciaal ben, op een goede manier. De jongen van mijn dromen.

Door de ogen van Georg: Nu nog properder! Bill spelt mij de les terwijl ik zojuist voor hem opkwam. Ik geloof toch niks van wat hij zegt. Ik ken hem nu na al die jaren wel. Ik gun het die Lisa niet, maar Bill is tot over zijn oren verliefd. En dat kan zelf ik, niemand trouwens, tegenhouden. Ik voel dat ik hier volkomen overbodig ben en vertrek. Ik zie straks wel aan Bill’s gezicht hoe het afgelopen is.

Door de ogen van Bill: Een trilling gaat door me heen als ik voel dat Lisa m’n hand vastpakt. Haar zachte vingers die ik me nog zo goed herinner van het aanbrengen van de oortjes. Die vingers die ik al zo vaak op m’n lichaam heb voorgesteld. Ik probeer te kalmeren maar m’n hart slaat helemaal op hol. Waarom doet ze niet wat ieder normaal meisje zou doen, boos wegstampen of misschien zelf beginnen wenen? Nee, zij ziet door me heen en voelt dat alles wat ik zeg gelogen is. Ik kijk haar recht in de ogen en voel dat dit juist is, dat dit gewoon klopt. Ik merk niet eens dat Georg er vandoor is. Lisa sleurt me mee naar een wereld die ik maar al te graag wil betreden.

Can i fall in love again?

Can i fall in love again?

Door de ogen van Lisa: Bill heeft het me al vergeven, dat voel ik, dat zie ik. Hij kijkt me aan met die puppy eyes, waar ik drie jaar geleden opslag voor gevallen ben. Niet dat ik toen ooit had durven dromen dat die ogen ooit terug zouden kijken en dat ik zou zien dat mijn gevoelens beantwoord worden. Ik keek naar zijn posters, luisterde naar hun cd’s, keer op keer, en probeerde naar zoveel mogelijk concerten te gaan. En ik kan je zeggen, ik stond al vaak op de eerste rij, in de hoop een blik van hem op te vangen. Maar ik was nooit zo wanhopig geweest om te denken dat Bill ooit voor mij zou vallen. Maar zie me hier nu zitten. Ik verwacht dat elk moment de wekker kan gaan en ik tot het besef kom dat dit alles een droom is. Dit is gewoon te goed om werkelijkheid te zijn!

Door de ogen van Georg: Al een halfuur zit Bill beneden met die Lisa. Dat denk ik toch, want ik heb hem nog niet zijn kamer horen binnengaan. Zenuwachtig loop ik heen en weer. Bill loopt met open ogen in het grootste dat er bestaat, vrouwen. Die zorgen alleen maar voor ellende, dat weet toch iedere man. Bill graaft zijn eigen graf, en ik, ik kan niets doen… Of.. misschien wel… -geniepiglachje -

Door de ogen van Bill: Lisa, Lisa, Lisa. Haar naam raast aan 200 per uur door m’n hoofd. Al minuten lang zitten we tegenover elkaar, zwijgend, starend in elkaars ogen. Mijn hand in de hare. ‘En hoe gaat het nu verder?’ verbreekt ze de perfecte stilte. Ik twijfel, weet het niet. Of wel, maar durf het niet zeggen. Dat ik haar zou willen vastpakken, knuffelen, kussen,… Dat ik over haar gedroomd heb en alleen nog maar aan haar kan denken. Maar ik zwijg, ik weet dat ze het begrijpt.

Door de ogen van Lisa: ‘En hoe gaat het nu verder?’ De vraag die brandend op m’n lippen lag, is eruit. Ik weet dat deze simpele woordjes moeilijk zijn voor een jongen. Jongens zijn nu eenmaal momentmensen, die niet willen denken aan de toekomt. Maar door de streling van zijn vingers op m’n hand voel ik dat dit anders is. Hij twijfelt, kijkt verlegen omlaag en ik weet wat hij bedoeld. Ook ik zou het niet over m’n lippen krijgen. Wat ik wil dat er allemaal zou gebeuren tussen ons. Waar ik al maanden, jaren over droom. Ik voel me ongemakkelijk worden en vraag; ‘Ga je mee naar buiten?’ Aarzelend kijkt hij naar zijn outfit en zegt dat hij direct terug is, maar zo kan hij echt niet buiten. Wat bazelt hij toch, wat hij ook draagt, nooit zal hij er slecht uitzien. Hij geeft een laatste kneepje in m’n hand, knipoogt en loopt naar boven. Dromerig blijf ik aan de tafel zitten, met een raar gevoel in m’n buik, en deze keer is het niet van de honger. Nee, ik ben terug verliefd.

Ik kijk Sharon aan, en kan het niet meer tegenover mezelf ontkennen. Nog nooit zag ik iemand zo perfect, iemand zo speciaal, iemand die me zo gelukkig maakte. Ze is m’n beste vriendin. Al jaren, ookal is ze de laatste tijd zoveel verandert. Zijn wij zoveel verandert. Ik kijk haar aan, ze lacht maar haar ogen wenen. Ik weet dat ze het moeilijk heeft. Ik twijfel, is dit wel het juiste moment? Zal dit het allemaal niet verpesten? Ik wil haar niet kwijt. Ik twijfel, pieker, en … zwijg.


- Wegens -gruwel- examens; wrdt er minder geschreven ;o

A lie for happiness.

A lie for happiness.

Door de ogen van Georg: Ja, ik hoor Bill naar boven komen. Zijn ritme van lopen zou ik zo uit de duizenden herkennen. Rood komt hij de kamer binnen en wil direct doorlopen naar zijn kamer, maar ik hou hem tegen. ‘Wat ga je doen?’ vraag ik hem. Hij twijfelt of hij gewoon om me heen zal lopen of zal antwoorden op m’n vraag. Ik zie zijn ogen fonkelen en besef dat wat ik van plan ben zo fout is. Maar ik doe het voor zijn eigen bestwil, wat hij waarschijnlijk niet zal geloven.. Als hij ooit achter komt natuurlijk…

Door de ogen van Bill: Georg, waarom moet hij me nu zonodig bezighouden. Hij ziet toch dat ik gehaast ben. Lisa zit godverdomme beneden op mij te wachten. Maar ik krijg het niet gezegd dat hij me nu met rust moet laten. Het is en blijft m’n beste vriend. Ik antwoord vlug dat ik even met Lisa naar buiten ga en Georg trek zijn gezicht in een rare plooi, zijn ogen staan neutraal. Hij probeert zijn emoties te verbergen. Maar wat hij juist verbergt, kan ik niet ontrafelen.

Door de ogen van Georg: Zou, zou ik dit nu wel doen? Ik twijfel maar denk aan welke pijn ik hem zal besparen en besluit door te zetten. Dit zal wel even een harde klap zijn voor hem, maar moest ik hem nu laten begaan, zou hij nog meer in de put belanden. Nadat hij heeft gezegd wat ik al vermoedde, dat hij met Lisa even wegga, begin ik te vertellen…

Door de ogen van Lisa: Wat blijft Bill nu toch? Ik zit hier nu al welgeteld 15 minuten en 13 seconden te wachten. Veertien, vijftien, zestien. Duurt dat nu echt zo lang om even andere kleren aan te doen? We gaan niet naar één of ander sjiek feestje, we gaan gewoon even naar buiten. Na nog eens vijf minuten met mijn vinger gedraaid te hebben hoor ik iemand de trap afkomen. Ik sta op om direct te kunnen vertrekken maar niet Bill komt de trap af, maar Dorien. Ik zet me teleurgesteld neer en het moet van m’n gezicht af te lezen zijn want ze kijkt me beledigend aan. Ik veronderschuldig me vlug en ze komt bij me aan tafel zitten. Als ze in een croissant bijt voel ik m’n maag grommen. Maar ik moet eraan weerstaan, dat moet ik. Voor Sharon.

‘Lisa meisje, moet je niet nog een aardappeltje hebben? Je eet zo weinig de laatste tijd? Meisje toch, ik wil niet dat je zoals die Sharon wordt.’ Ik schiet overeind en kijk m’n ma woedend aan. Waarom houdt ze Sharon hier niet gewoon buiten? ‘Ik heb gewoon geen honger, wat heeft Sharon daar mee te maken?!’ roep ik. Ik zie dat alles wat ik zeg haar pijn doet. Ik wil m’n moeder niet kwetsen, maar ik kan niets anders. ‘Lisa meisje, luister toch naar me. Sharon is niet goed voor je. Je moet me niets wijs maken en zie ook wel dat er iets mis met haar is. En ze sleurt jou mee in haar problemen. Zou het niet beter zijn dat je haar even aan de kant schuift?’ WAT? Hoe durft ze dat aan mij te vragen, Sharon is mijn wereld. Ik vertrek nog liever thuis dan haar op te geven. Ik kan niet uitleggen wat ik voor haar voel. Oke, ze heeft me verandert. Dat weet ik ook wel, maar ze blijft het beste wat me ooit is overkomen. Ik kijk op, schuif m’n bord van me af en vertrek naar m’n kamer. Niets of niemand mag tussen mij en Sharon komen!

Door de ogen van Dorien: Opeens was Lisa gisteren verdwenen nadat ze met die knappe gast had zitten kussen. Er is echt iets met haar, ze ziet er zo fragiel, breekbaar, uit. Dat dacht ik gisteren toch. Maar vandaag ziet ze er, moet ik toegeven, best wel gelukkig uit. Ze lijkt niet zo super blij om me te zien maar dat zal wel aan het feit liggen dat ze iemand anders had verwacht. Ze vertelt dat ze al 25 minuten op hem zit te wachten en ze zo goed als dood gaat van de zenuwen. Het doet me goed te horen dat Bill ook wat voor haar voelt, en hij ermee kan leven dat Lisa gisteren een wildvreemde heeft gekust. Ik maak me vlug uit de voeten als ik Bill hoor afkomen. Ze hebben nu wat privacy nodig.

Door de ogen van Lisa: Hoe goed ik ook met Dorien overeen kom, nu kan ik niet van haar aanwezigheid genieten. Ik wou dat Bill nu naast me zat, niet Dorien. Ach; wat zaag ik nou. Bill heeft gewoon nogal wat tijd nodig om zich om te kleden, hij kan elk moment naar beneden komen. Dorien vertrekt en ik tover een glimlach op m’n gezicht. Tot ik Bill op me af zie stormen, ik zag hem nog nooit zo boos, zo gekwetst. Ik voel dat dit fout is. Ik wil nog vlug iets zeggen maar ik krijg al een ganse tirade over me heen. Wat heb ik nu weer fout gedaan?

Voor Dorien; 'mdat ze de beste schrijfster is die ik ken. & bovenal is ze nog zalig ook. - zolang ze maar niet téveel pillekes neemt (; nene -

I thought she was the one.

I thought she was the one.

‘Hoe kon je, hoe kon je! Wat voor een slet ben jij wel niet! En ik dacht dat dit alles oprecht was, maar dit is voor jou gewoon een spel! Ik dacht dat jij anders was! Maar nu. Nu.. Ik wil je niet meer zien!’ En weg is hij. Geschrokken sta ik aan de grond genageld, langzaam dringt het tot me door wat er nu gebeurd is… Nog een seconde sta ik onbeweeglijk stil en schiet dan in actie. Deze keer ben ik zeker dat ik niks heb mis gedaan. Ik loop Bill achterna, die de trap op is gerend. ‘Bill . Bill! Leg dan tenminste uit wat ik heb fout gedaan. Als je een reden hebt om me zo te behandelen, dan zal ik je met rust laten!’ Ik weet dat hij me kan horen, ookal zie ik hem niet lopen. Ik versnel m’n passen en eindelijk krijg ik hem in zicht. ‘Bill, ik wil niet dat dit zo antwoord. Ik dacht dat we iets hadden dat speciaal was, uniek. De gevoelens die ik voor je heb, heb ik nog voor niemand gehad, Bill, ik wil dat je weet dat.!’ Abrupt draait hij zich om en schreeuwt; ‘Dat ik wat weet? Dat je weeral leugens zit te vertellen? Dat ik helemaal niks voor je beteken? Dat ik me zo ongelooflijk in jou heb vergist? Ik weet dat allemaal al. God, wat ben ik Georg dankbaar dat hij me alles heeft verteld.’ Verbaasd staar ik hem aan, wat heeft Georg dan over mij verteld? Ik stamel; ‘Maar, ik heb amper met Georg gepraat. Maar wat hij ook gezegd heeft, je mag hem niet geloven. Je hebt toch ook gezien dat hij het niet voor me heeft!’ Bill’s ogen schieten vuur. ‘Je hebt het hier wel over mijn beste vriend. Die gaat heus geen dingen gaan verzinnen!’ ‘Zeg me gewoon waar het om gaat, dan kan ik je tenminste gelijk of ongelijk geven! Maar één ding is al zeker, ik ben géén slet! En durf me ook nooit meer zo te noemen! ’ Ook ik voel nu de woede opborrelen. Ik krijg hier allemaal verwijten naar m’n hoofd en ik krijg niet eens het recht om te weten over wat het gaat. Als hij zo doorgaat zal ik m’n mening over hem nog moeten herzien!

Door de ogen van Bill: En nu doen alsof ze van niks weet. Wat voor een schijnheilig wezen is dat? Ik heb m’n zegje gezegd en vlucht er vandoor. Want langer hou ik het niet. Ik hoor verschrikkelijk boos te zijn, en dat ben ik ook wel, maar als ik Lisa zo bekijk kan ik niet geloven dat zij het meisje is waar Georg het over had. Die me aan het lijntje heeft gehouden, me gebruikt heeft. Goddank dat Georg dit te weten is gekomen, of ik was helemaal in Lisa opgegaan. Ze is me achterna gelopen en we roepen wat dingen heen en weer. Geen idee wat ik juist allemaal heb gezegd, alles gebeurd op automatische piloot. Hoe kan ik toch denken dat zij de ware was? Hoe kon ik toch verliefd op haar worden. Hoe kan ik nog steeds verliefd op haar zijn?

Door de ogen van Tom: ‘WAT HEB JIJ GEDAAN? Ben je niet helemaal goed bij je hoofd of zo? Het gaat hier wel om mijn broer, onze vriend. Onze beste vriend, correctie? Kon je hem niet gewoon een vriendin gunnen? Dat vrouwen voor problemen kunnen zorgen is een feit, maar dat is nog geen reden om het op voorhand te verpesten! Hoe kon je, Bill had het heus wel gered!’ gooi ik eruit als ik bekomen was van wat Georg me vertelde. En hij lijkt er nog trotst op te zijn ook! Pas nu dringt het tot me door waarom Bill zo afwezig liep, nog nooit is hij zo verliefd geweest. En Georg durft het te permitteren om Bill zijn geluk in de weg te staan. Mijn broertje, mijn klein broertje. Ik gooi Georg nog een vernietigende blik toe en ren de kamer uit. Ik moet dit op één of andere manier oplossen. Maar… hoe?

Door de ogen van Georg: Tom overdrijft weer eens. Bill kan zo een nog mooier meisje krijgen. Eén zonder zwart haar en die groene ogen die je laten wegzweven. Eén met blonde haren, blauwe ogen. Eén die in de verste verte niet op Melissa lijkt. Oh, nu ik het zo overloop klinkt het echt dom. Mijn reden om dit alles over Lisa te verzinnen is dat ze op een ex van me lijkt? Dat ze dezelfde aantrekkingskracht, zelfde prachtige ogen en haren heeft? Melissa, ze was perfect in mijn ogen. Lisa komt ook dicht in de buurt. Ik dacht weer eens aan mezelf, ik.ik ben gewoon nog niet over Melissa heen. Ik kan me wel voor de kop slaan dat ik zo dom ben geweest. Ik kan wel zeggen en mezelf wijsmaken dat ik boos ben op Melissa, maar ze zit gewoon nog steeds in m’n hoofd. Ik gunde het Bill gewoon niet om iemand te hebben die op Melissa lijkt. Ach, het is zo lang geleden. Stomkop, stomkop! Ik moet dit oplossen. Mijn excuses aanbieden en hopen dat Bill me ooit nog wil aankijken. Ik spring recht en ren de trap af. Waar ik Tom aantref die met open mond staat te kijken naar Bill en Lisa. Ze………..
- wat een moment om te stoppen (; -

DEEL20; ALMOST..

DEEL20;  ALMOST..

Ze……. Ze dansen! Stilletjes tegen elkaar aan. Zonder muziek, alleen hun zachtjes schuifelende voeten verbreken de stilte. Gewoon Lisa’s armen rond Bill’s nek, Bill z’n handen op haar rug. Dicht tegen elkaar, met allebei hun ogen gesloten. Ik zet me naast Tom neer en blijf kijken hoe hun lichamen één worden. Hoe ze niet één mistap doen. Hoe kon ik dit proberen verpisten, Bill zal me nu wel haten. Hoe hard ik het hen ook gun, toch voel ik een steek van jaloezie opzetten, maar dit moment is dan ook zo perfect. Nog nooit zag ik zo’n prachtig passend plaatje. En ik weet dat Melissa en ik vroeger net zo waren. Mijn gedachten dwalen weer af naar die prachtige tijden.


‘Kom dan, dit moet ik je tonen!’ gibbel ik terwijl ik haar achter me meetrek. Haar fluweel zachte handen in mijn handen, die gehavend zijn door de uren dat ik doorbreng met m’n bas. We zijn nu al een jaar bezig met ons bandje Devilish en we beginnen eindelijk iets te produceren dat we - met een beetje schaamte maar toch- muziek kunnen noemen. Melissa giechelt en ik kan het niet laten om met m’n ander hand door haar haar te woelen. Dat lang, dun, zwart haar. Met twee fonkelende donkere ogen erachter verborgen. Een zwart engel, dat is ze. MIJN zwarte engel. We komen aan in het bos en ik trek haar mee naar de berk, die helemaal verlaten in het midden van een open vlakte staat. Omringd door gras en bloemen die dit alles tot een sprookjesplaatje maken. Verwonderd staat Melissa rond zich heen te kijken, ze zegt niks. We zijn al zo vaak in het bos geweest, maar deze plek heb ik altijd voor haar verborgen gehouden. Het geluk is in Melissa’s ogen te lezen en ze slaakt een gilletje als ik haar opneem. Al rondjes draaiend met mijn engel in de armen loop ik naar de berk toe. Pas als Melissa omhoog kijkt ziet ze wat ik haar wil tonen. Ik heb haar meegenomen naar m’n boomhut. Nog nooit was ik hier met iemand anders dan de boys van de band. Maar Melissa is niet zomaar iemand, ze is mijn zwarte engel. Mijn maatje, mijn liefde, mijn vreugde, mijn geluk, mijn leven. Ik weet dat we jong zijn, pas 12 geworden. Maar wat wij hebben, het voelt als iets perfect. Nee, het Is perfect en ik hoop dat het eeuwig kan blijven duren. Zacht wrijf ik over Melissa’s neus, en zet haar neer. Ik begin naar omhoog te klauteren als ik voel dat Melissa met haar tintelende vingers over m’n been loopt. Elke aanraking brengt zoveel gevoelens naar boven. Ik slik en kruip vlug verder naar boven. Met mijn hoofd duw ik het luik open en kijk eens rond in de typische jongensboomhut. Dan trek Melissa verder naar boven, die me met haar stralende lach aankijkt. Alles is perfect aan haar, en zij, zij is van mij. We zijn nu twee weken samen en Tom lacht me uit omdat we nog niet gekust hebben. Maar ik wil niet te rap gaan, ik wil niet weten wat Tom later gaat worden. Als hij nu al elke week een nieuw liefje heeft. Maar eigenlijk kijk ik ook wel uit naar die eerste zoen, die eerste échte zoen. Die ik van niemand anders wil krijgen van Melissa. En dit is een perfect moment, maar zelf durf ik de eerste stap niet te zetten. We zitten blozend naast elkaar en we schuiven stiekem, maar toch heel duidelijk, steeds dichter naar elkaar toe. Ze weet waar ik aan denk en ik voel dat ook zij er klaar voor is. Zachtjes draai ik me naar haar toe en ze buigt zich naar me toe en we………..


NEEEEEEEEEEE!’ Gil ik als ik zie dat Lisa en Bill zich naar elkaar toebuigen...

A perfect moment.

A perfect moment.

Maar ze horen me niet -HOERAAAAA!-, alleen Tom kijkt me even raar aan. Waarna hij direct terug naar zijn broer kijkt die met Lisa staat te kussen. Hun armen nog steeds om elkaar heen. Nog steeds wiegend, perfect op het ritme van de muziek dat er nie is. En ik ben blij, dat m’n stem wegviel toen ik dit perfecte moment wou kapot maken. Ik ben blij, voor Bill, dat hij eindelijk iemand heeft gevonden die bij hem past. Maar bovenal ben ik opgelucht, verlost. Ik voel geen greintje jaloezie meer, dit is Lisa, niet Melissa. Van uiterlijk en naam mogen ze nog zoveel op elkaar lijken. Dat zegt toch niet veel over het karakter. Ik voel een last zo van me afvallen. De last die Melissa me had meegegeven en nu met Lisa nog zwaarder was geworden. Ik voel me eindelijk…vrij.


Door de ogen van Tom: Hoe schattig zijn ze wel niet! Mijn broer en Lisa. Hoe Bill tien centimeter boven Lisa uitsteekt - met plat haar weliswaar - en Lisa zachtjes optilt. Hoe hun lichamen bewegen, niet geforceerd. Alsof ze hiervoor gemaakt zijn, alsof ze voor elkaar gemaakt zijn. Georg zit al een tijdje naast mij te kijken. Ik snap hem nog steeds niet, waarom zag hij niet dat dit niet kon mislukken? Maar ik kan het hem niet echt kwalijk nemen, het is Georg weetje. En deze situatie lijkt hem echt te raken, vraag me niet waarom. Eindelijk zie ik Bill z’n hoofd naar Lisa toedraaien en zijn ogen fonkelen. Als Georg iets mijmert in de aard van ‘neeee!’ kan ik hem wel voor de kop slaan. Maar ik laat het maar, dit mooie moment mag noch Georg, noch ik verbrotten. Het is perfect. Ach, wat ben ik sentimenteel vandaag. Daar moet maar weer eens verandering in komen.


Door de ogen van Bill: Ik kan me niet langer sterk houden, ik moet wel naar haar uitleg luisteren. Ze begint: ‘Bill, ik snap niet wat er met je is, wat ik je misdaan heb.’ Even wil ik in het verweer gaan. ‘Bill, laat me als je blieft uitpraten.’ Ze kijkt me smekend aan en ik hou m’n mond. Nooit zal ik tegen die ogen kunnen ingaan. Ze komt echt zo eerlijk over, zou het kunnen dat achter dat perfecte gelaat, een wezen vol wreedheid rust? ‘Ik zou je nooit expres kwetsen, dat zweer ik je! Zo ben ik helemaal niet, je moet me geloven! Ik geef om je en niet een beetje! Ik weet écht niet over wat je het hebt! Vertel het me dan toch, en als ik dat echt heb gedaan, dan nog moet je weten dat het niet mijn bedoeling was.’ Met tranen in haar ogen en bijtend op haar onderlip kijkt ze me aan. Ik kan niet anders dan haar geloven. Iemand zoals zij kan nooit gedaan hebben wat Georg me vertelde. Georg. Beetje bij beetje dringt het tot me door. Georg! Hoe kon hij! Waarom ben ik toch zo goedgelovig, ik had dit alles moeten doorzien. Wat ben ik weer stom geweest! Een druppel, een traan, valt voor m’n voeten open op de grond. Ze weent, mijn Lisa weent! Vanbinnen heb ik een heel sterke drang om Georg’s nek om te draaien, als die al niet gevlucht is naar één of ander tropisch land. Wat ik hem ten zeerste aanraad! Maar ik laat Georg dit niet verpesten. Ik schuifel al twijfelend naar Lisa toe en neem haar zachtjes in m’n armen. Ze voelt zo breekbaar, extreem dun… Sussend wieg ik haar heen en weer, en voor ik het weet liggen ook haar armen rond me heen. Zonder dat ik het besef gaat het wiegen om naar dansen. Als ik m’n ogen sluit voel ik muziek in me stromen. Klanken, noten, kriebels, vlinders… Na wel vijf minuten open ik m’n ogen en staar recht in de donkere, verliefde kijkers van Lisa. M’n hart slaat een tel over en draait toeren zoals nooit tevoren. Zou ik haar kussen? Ik krijg geen tijd om erover na te denken want voor ik het weet raken mijn lippen die van Lisa al. Teder, rustig, zacht. Niets verraadt dat mijn hoofd eigenlijk op springen staat. Gebeurt dit nu allemaal echt? Ondertussen blijven we tegen elkaar aan door dansen. Ik voel haar hartslag door haar kleren heen. Haar warmte omarmt me en maakt van dit moment iets heel speciaals, perfect. In m’n ooghoeken zie ik Tom en Georg naar ons kijken. Hem krijg ik straks nog wel, denk ik voordat ik m’n ogen terug sluit en me weer laat mee sleuren door Lisa. Naar haar eigen wereld. Naar onze eigen, perfecte, wereld. Dat dacht ik toen dan toch.

Lost

Lost

Door de ogen van Tom:
‘k Ben terug naar m’n kamer geslopen, ik heb het recht niet om toe te kijken hoe m’n broer met een meisje zit te zoenen. Geen idee waar Georg is, zolang het maar niet in mijn beurt is. Alles is nu allemaal wel op zijn pootjes terecht gekomen maar voor hetzelfde geld was Bill nu nog steeds kwaad, alleen en bovenal ongelukkig. Georg, dat noemt zich dan onze beste vriend! Hij bedoelt het allemaal wel goed, maar hij had toch moeten weten dat dit vroeg of laat ging uitkomen. En Gustav, waar hangt die nu weeral uit? Deze morgen was hij nergens te verkennen en van de hele voormiddag heeft hij zich niet laten zien…


Door de ogen van Gustav:
Deze morgen vroeg opgestaan, in de hoop Dorien tegen te komen aan het ontbijt. En ja, ze zat wel degelijk te eten, maar ze had gezelschap van Lisa, dus heb ik hen maar niet gestoord. Stilletjes ben ik nog wat geld en spulletjes uit m’n kamer gaan halen en ben erop uit getrokken. Vermomd, weliswaar. Ik heb geen zin om deze vrije dagen zittend in een hotel te verdoen. Als David er voor de verandering eens niet is, wil ik wel een stukje van de wereld zien. Tom, Georg en Bill hebben het te druk met onbenulligheden dat ik hen niet gevraagd heb of ze mee wouden. Zij hebben er helemaal geen probleem mee dat ze de steden waar we optreden alleen door de tourbusraampjes en van op het balkon van het zoveelste hotel zien. Maar voor mij is dat niet genoeg. Stiekem ben ik wel blij dat ik alleen ben, zonder al die drukte om me heen. Oke, dit is niet helemaal correct, want de straten worden met de minuut drukker. Gelukkig dat ik me toch wat vermomd heb, anders was ik zeker al herkend geweest. Want zoals ik wel verwacht had, loopt het hier vol van de Tokio Hotel fans. Ik herken m’n kop overal waar ik kijk, op t-shirts, vlaggen, polsbandjes, buttons, truien en ga zo maar door. Iedereen had zich blijkbaar goed voorbereid op ons concert. In de plaats van het afgelaste concert hebben ze nu één of andere fanmeeting georganiseerd. Ze moesten eens weten wie ik werkelijk ben, ik wil niet weten wat voor een hysterie dat zou geven. Opeens merk ik een groepje fans van rond de zestien op die verdacht lang mijn richting uitstaren. Vlug trek ik de pet wat meer voor mijn ogen en kijk de andere kant op. Maar aan het toenemend gefluister te horen, is het al te laat. Ik ben ontdekt. Vaarwel dagje stad, vaarwel rust en stilte.

Vlug zet ik het op een lopen. Straat in en uit, met steeds het aanzwellende gegil achter me aan. Als iemand van je wegloopt, is het toch wel duidelijk dat die geen zin heeft in de hele situatie?! Ik zucht, versnel terug m’n pas, maar weet dat ik gewoon eindeloos verloren aan het lopen ben. Al raak ik mijn horde fans kwijt, nooit of te nimmer vind ik op m’n eentje de weg terug naar het hotel. En wonder boven wonder, opeens is het gegil verdwenen. Vermoeid sta ik in een straat, verlaten en helemaal onbekend in mijn ogen. Ik begin stilletjes in paniek te geraken als ik opeens iets voor trillen in mijn zak. M’n gsm, dat ik daar niet aan gedacht heb!


Een nog vroeger geschreven stukje. zo heb ik er nog 3 liggen. Die komen er nog op. of ik nog echt verder ga schrijven , ben ik nog niet zkr. but yeah; comment (;

Not me!

Not me!

Door de ogen van Tom: Ik ga hem bellen. Bill is nog steeds niet terug en Georg wil ik op het moment écht niet zien. Op m’n eentje valt er niet zoveel te doen dus met het gevolg dat ik me stierlijk aan het vervelen ben. ‘Gustav, waar ben je? Ik ben je al heel de tijd aan het zoeken!’ Een beetje overdrijven kan heus geen kwaad. ‘Euhm, ik weet het eigenlijk zelf niet, in de stad ergens, gevlucht voor een kudde hysterische fans, je weet wel hoe dat gaat.’ Zucht, nu moet ik hem nog gaan redden ook. Of wacht, hier hebben we toch personeel voor. ‘Kan je ergens een straatnaam bespeuren?’ ‘Wacht, een minuutje, ik zoek. Ja, jaa! Fasanenstraße.’ ‘Oké, ik laat je door iemand ophalen, of dacht je heus dat ik me zelf ten prooi van al onze vrouwelijke fans ging werpen?’ Hé, eigenlijk klinkt dat helemaal niet zo slecht. Maar voor ik me kan bedenken, gromt Gustav iets en sta ik met een piepende gsm in m’n handen. Nu nog iemand vinden die een rijbewijs heeft en een beetje zijn weg kent. Ik slenter naar beneden, geen spoor van Lisa en Bill -ik wil niet weten wat die momenteel aan het uitspoken zijn- en stap de eetzaal binnen, waar zowat de gehele crew is samengetroept. ‘Vrijwilligers om onze geliefde drummer uit de nood te helpen?’ Even kijkt iedereen me raar aan en eet dan gewoon door. Niet echt de reactie die ik verwacht had. Buiten de nieuwtjes, die staren me nog even bevroren aan, duwen dan met moeite hun mond toe en met gloeiende wangen kijken ze weer naar hun bord. Aan hen zal ik sowieso niet zoveel hulp hebben, de meeste zijn amper 16. Maar voor de rest zitten er wel een paar bij die volledig mijn type zijn. M’n ogen glijden naar een meisje die me even verlegen aankijkt, zich dan hersteld en me dan met zo’n verleidelijke blik, die ze vast honderd maal voor de spiegel heeft geoefend, aankijkt. Hoe weten die meisjes toch dat zulke dingen me gek maken?! ‘GEEN LIEFJES OF ONENIGHTSTANDS BINNEN DE CREW!’ dendert de stem van David door m’n hoofd. Zelfs als die man niet in onze buurt is, toch heeft hij nog controle over ons. Maar.. Hoe moet dat dan met Bill en Lisa? David ontploft als hij dit hoort. Maar dat doet er even niet toe. Tomboy, je moet Gustav redden, weet je nog? Ohelp, nu is het al zo ver gekomen dat ik in gedachten tegen mezelf praat. Concentratie! Maar deze keer wordt mijn aandacht afgeleid naar Soetkin. Ookal heeft ze dan wat meer vormen, ze blijft lekker. Mijn ogen dwalen af naar haar boezem. ‘Valt er iets te zien, ja?!’ Verschoten staar ik Soetkin aan en stamel: ‘Heb jij soms je rijbewijs?’’Jammer genoeg nog niet.’ ‘ Ahja, wij moeten natuurlijk niet rijden om plezier te maken in een auto.’ Grinnik ik. Soetkin werpt me een bitchblik toe en zegt geamuseerd: ‘Dorien heeft toch haar rijbewijs, is het niet, Dorien?!’


Door de ogen van Dorien: Soetkin, hou toch eens je kop, wil ik roepen, maar ik knik alleen maar. Ook Tom krijgt een geniepige smile op zijn gezicht en een zucht ontsnapt me. Dan zal ik Gustav maar uit zijn lijden verlossen. ‘Waar is hij?’ Tom kijkt me twijfelend aan. ‘Ik, ik weet het niet meer. Bel hem anders zelf maar even!’ Diepere zucht. Dit is zo typisch. Ik stel me recht en loop naar Tom toe. ‘Nummer?’ Ik heb Tom graag hoor, begrijp me niet verkeerd, maar hij doet het er gewoon om. ‘Bel maar met mijn gsm.’ Na een lijst, een gigantische lijst, vol meisjesnamen overlopen te hebben, stuit ik eindelijk op Gustav’s nummer. ‘Ik ga effe buiten bellen.’ Stamel ik. ‘Of misschien ook niet!’ voeg ik er vlug aan toe als ik de horde fans zie staan die zich gegroepeerd hebben voor het hotel. Ik duw om -Bellen- en wacht. Tuut,tuut,tuut! ‘Met Gustav! Hallo. … Hallo?’ ‘Hallo, euhm, Hallo’ Rap herstel ik me en ga verder. ‘Met Dorien hier, van de crew. Waar ben je ergens? Tom is het, zoals te verwachten was natuurlijk, vergeten.’ ‘Fasanenstraße, alvast bedankt. Tot straks!’ Tuut,tuut,tuut! Oh help, dit kan onmogelijk goed aflopen.

Mijn reddende engel.

Mijn reddende engel.

Door de ogen van Gustav:
Dorien is er nog steeds niet, zou ze verloren gereden zijn? Zou ik haar bellen? Nee, dat komt natuurlijk wanhopig over , plus ik heb haar nummer helemaal niet. Al zo vaak stond ik op het punt het haar te vragen, maar op het laatste moment klap ik toe. Ik, de drummer die altijd goed met iedereen heeft kunnen praten, kan niks uitbrengen als een meisje van hem staat. Als Dorien voor hem staat, correctie. Is het niet belachelijk?! Dorien is niet eens super knap, ze is ook niet lelijk, dat is natuurlijk ook een feit. Maar ze heeft iets, iets heel speciaal. Vanaf de eerste keer dat ik haar zag, nu al weer 2 jaar geleden, had ik het opgemerkt. Een aantrekkingskracht, liefde op het eerste gezicht. Toch van mijn kant, maar Dorien schijnt niet de minste interesse in mij te hebben. Ze heeft nog steeds niet door dat ik gevoelens voor haar heb, of ze kan het alleszins goed verbergen. Weken heb ik al haar aandacht proberen trekken, maar ze schijnt niks te merken. Eindelijk rijd ze de Fasanenstraße in en ik zwaai. Ze stopt naast me en ik stap in. Met haar blik op oneindig rijdt ze terug naar het hotel.


Door de ogen van Dorien: Al zeker een kwartier rijd ik nu al rond in de kleine straatjes van deze stad. En ik dacht dat ik een goed oriëntatiegevoel had! Na voor de vierde keer hetzelfde rondje te hebben gereden bevind ik me opeens in de Fasanenstraße! Eindelijk. Gustav staat al naar me te zwaaien en vlug pik ik hem op. Met moeite vindt ik een plek om me te draaien en keer terug naar het hotel. Ik wil de radio aanzetten voor hij een gesprek met me kan beginnen maar het is al te laat. ‘Bedankt dat je me wou komen oppikken. Want op Tom moest ik precies niet rekenen.’ ‘Ik ben eigenlijk de enigste die kan autorijden en de stad een beetje kent. Of dat dacht ik toch, tot ik in deze straatjes terecht kwam. Nergens hangen er bordjes en de mensen geven er helemaal niet om dat ze in het midden van de weg lopen. Maar voor de rest ben ik er goed geraakt, hoor.’ Waarom doe ik toch zo nukkig tegen Gustav? Oké, hij loopt al een tijdje achter me aan, maar daardoor zou ik me juist gevleid moeten voelen. Waarom ziet hij nu niet gewoon dat ik niet geïnteresseerd ben. Ach, ik mag mezelf niks voorliegen, want dat is niet helemaal waar. Een relatie met hem kan gewoon niet. Gustav moest eens weten…

br> ojaa; iedreen ng een gelukkig nieuwjaar (; Comments zijn welkom ö

Why.

Why.

Door de ogen van Lisa:


Vanwaar de opeens verandering? Ik denk er niet bij na en beantwoord Bill’s zachte lippen op de mijne met plezier. Na een kus die wel eeuwen lijkt te duren laat Bill me los en vraagt of ik even meekom naar buiten. Een fris luchtje scheppen, alles op een rijtje zetten. ‘Ik vrees dat dat niet zo’n goed idee is.’ Antwoord ik met een blik op de tientallen fans bij de ingang. ‘Oh jee, je hebt volkomen gelijk. Wacht, kom mee!’ Achter Bill aan loop ik de trappen op. Het ijl in mijn hoofd wordend negerend. Met moeite kan ik op m’n benen staan, maar ik ga dit niet verknallen. Dit is gewoon te mooi om waar te zijn. Bill, mijn Bill… Bij een andere jongen zou ik nu al aan de echtheid van zijn gevoelens getwijfeld hebben, maar bij Bill is het anders. Ik weet niet hoe het komt. Buitenstaanders vinden ons vast gek, hoe kan je nu een relatie met iemand hebben die je amper kent?, zullen ze wel denken. Het is eigenlijk ook wel gek, als ik het zo bekijk. In totaal hebben we amper een tiental minuten met elkaar gepraat, we weten niks van elkaar. Of hij toch niet. Ik weet wat zijn lievelingsliedje is, zijn lievelingsband, zijn hobby’s. Waarom zijn we in hemelsnaam heel dat eind naar boven aan het rennen? Niet dat ik het erg vind, beweging is goed. Het verbrandt calorieën, vet. Iets waar ik tonnen van heb. Ookal ben ik de enigste die ze ziet. Sofie zei altijd.. SOFIE! Al drie dagen heb ik haar niks van me laten weten. Ik moet haar bellen, haar alles vertellen, over de afgelaste tour, het feestje, Dorien, Bill en dé kus. Als Bill zich naar me omdraait besef ik pas dat we op het hoogste verdiep zijn. Tientallen trappen heb ik zonder dat ik het besef opgestormd. Moest het altijd zo simpel gaan… Bill neemt m’n hand en trekt me mee naar een laatste kleine trap. Langzaam begint er bij mij iets te sijpelen. Lopen, trappen, verdiepingen, lopen, trappen, verdiepingen…

Oh Bill, waarom? Overal mocht hij me mee naartoe nemen. Maar waarom juist dit? Bill, je moest eens weten wat voor een kettingreactie je hiermee veroorzaakt. Bill, elke plaats, maar niet het dak. Niet een dak van een hotel. Niet een dak dat verschrikkelijk lijkt op hét dak. Niet de plaats waar het leven aan een zijden draadje heeft gehangen.

Niet de plaats waar ik mijn Sharon verloor. Of toch het grootste deel van haar.

- voor Dorien & Sofie; die ik morgen zie. -

The roof.

Ik wil weg, weg van hier. Weg van deze plek, die me alles doet herbeleven. De momenten die me nooit zullen loslaten, die nooit zullen vervagen. Snel loop ik weer al die trappen af. Net voordat ik m’n kamerdeur bereik, pakt iemand m’n pols vast. ‘Wacht!’ Ik staar in de vragende ogen van Bill. ‘Je hoeft het niet uit te leggen, maar loop nu niet weg van me. Toe, Lisa!’ Dit valt helemaal niet uit te leggen. Ik kan het niet vertellen, niet tegen iemand die mij niet kent. Niet tegen iemand die haar niet kent. Ik hou van hem, maar hij zal nooit Sharon kunnen vervangen. ‘Ik loop niet van jou weg, ik loop weg van mezelf.’


Door de ogen van Bill: Ik kan haar nu niet laten gaan, niet nu ik haar net gevonden heb. ‘Lisa, wacht!’ Ze draait zich om, voor de tweede keer kijk ik in haar gebroken groene ogen. Ze piepen van onder haar kortgeknipt zwart stekelhaar. Gisteren had ze nog die prachtige lange lokken, vandaag pieken de centimeter lange haren alle kanten uit. Moest ik haar gekwetste ogen kunnen wegdenken, had ze vast iets schattig gehad. Ze wil zich weer omdraaien maar ik hou haar tegen. ‘Lisa, luister na me. Laat me hier nu niet alleen staan. Niet zo. Laten we opnieuw beginnen. Vergeet daarnet, vergeet het dak.’


Door de ogen van Lisa: Bill, moest het allemaal maar zo gemakkelijk zijn, m’n leven zou er véél beter uitzien. Ik zou er véél beter uitzien. Maar het is nu eenmaal niet zo, nooit of te nimmer zal ik het dak kunnen vergeten. Het is de plek waar m’n gehele leven veranderde, waar ik de ernst van de zaak inzag. Waar ik de dood in de ogen heb gekeken. Waar Sharon me bijna meesleurde. Bill toch, hij moest eens weten dat Sharon me op die plek verliet. En al het goede uit m’n leven met zich meenam.

kort - géén tijd om in te typen.

By your side.

By your side.

Door de ogen van Lisa;Het dak..


‘Sharon, ik probeer je al een uur te bereiken. Waar ben je in hemelsnaam. Bel me zo snel mogelijk terug, wil je! Ik maak me zorgen. Meis, ik hou van je.’ Met tranen in m’n ogen spreek ik voor de vijfde keer dezelfde boodschap is. Met een steeds hysterisch wordende stem weliswaar. Zo’n uur geleden, om 21 u 26 min. en 2 seconden om precies te zijn, ontving ik een smsje. ‘Liefde gaat over de dood. Ik zal altijd, altijd van je houden.’ Eerst had ik gedacht dat het een beetje aanstellerij was, maar toen drong het tot me door dat dat helemaal niks voor Sharon is. Geheel in paniek ben ik naar haar huis gefietst, waar ik haar ouders nietsvermoedend aantrof. Deze zeiden dat Sharon al een paar uur geleden is vertrokken en weldra wel zou thuis komen. Ik heb ze het maar niet vertelt, dit zou hen misschien net iets téveel zijn. Ik zou hen alleen nog maar méér zorgen bezorgen. Sharon als dochter is geen pretje, dat kan ik me inbeelden. Maar toch, ondanks al de problemen die Sharon met zich meebracht, hielden ze nog steeds zielsveel van haar. Ze wouden haar helpen als ze weer eens in de put zat, ze bleven dagen waken naast haar ziekenhuisbed, ze gaven alles op voor haar. Het deed hen verschrikkelijk veel pijn, zelf ik kon dat zien, dat hun enigste kind, hun lieve dochter, zichzelf van binnenuit aan het vermoorden was. Maar Sharon zag het niet, hoeveel verdriet ze haar ouders aandeed. Ze leefde maar voor één ding, één iemand. Iemand die haar begreep, die met haar meeleefde, die met haar meedeed en die zelf voor haar zou sterven. Ze leefde alleen nog voor mij. Ik dacht dat dat genoeg was, ze zei dat dat genoeg was. En ik geloofde het, tot op vandaag, tot op dit moment.

Om 22 u 56 krijg ik weer een sms. ‘Ik heb je nodig. Kom naar het Deltahotel. Ik wil je nog één maal, de laatste maal zien.’ Als een gek ben ik beginnen fietsen. Nog nooit ben ik in het Deltahotel geweest, maar warempel vanzelf vind ik de trap naar boven. Zonder aanwijzingen weet ik waar ik haar moet zoeken. De vragende blikken van het personeel en gasten negerend, storm ik de trappen op, te uitzinnig om te bedenken dat de lift veel sneller is. Hijgend staar ik naar de rode deur, de nooduitgang die naar het dak leidt. Het is nu al na elven en het enige licht dat ik kan bespeuren, is de schijning van de volle maan. Deze weerspiegeld op Sharon’s blonde piekhaar. ‘Sharon, neeeeee!’ Ze draait zich om en met tranen in haar ogen kijkt ze me aan, haar blauwe kijkers die vroeger zo hard schitterden. Maar die glans is ze maanden geleden al verloren. Haar onderlip trilt en langzaam loopt de eerste traan over haar wang. Ik heb het nooit aangekund om haar te zien wenen, maar jammer genoeg is het meerdere keren gebeurd. Haar matte, volgelopen ogen, haar korte, scherp snikkende geluidjes. Alles doet m’n hart in stukken breken. Bij elke traan voel ik me leeglopen. Voor de buitenwereld is ze een sterke, gewone meid. Misschien heeft ze wel een iets té opvallend uiterlijk, maar dat wijdt de buitenwereld aan haar vriendenclub die ook niet direct doorsnee personen zijn. Iemand die haar niet kent zoals ik haar ken, zou nooit geloven hoeveel problemen, verdriet, verdraaide gevoelens en beelden er achter haar perfecte, maar gefakete, lach schuilen. Niemand heeft haar ooit écht gezien, buiten ik. Ik heb haar zien breken, zien veranderen, ik ben zelfs mee veranderd. Zachtjes kus ik de tranen van haar wang, terwijl mijn eigen ogen ook overlopen. ‘Ik kon het niet. Ik ben te zwak om door te gaan, maar nog te sterk om op te geven. Ik had nu de kans, niemand die me tegen hield. Maar ik kon het gewoon niet!’ Ze lijkt boos op haarzelf. Sharon, mijn lieve, lieve Sharon. Ik wist niet dat het zo diep bij haar zat. Ze vervolgt: ‘Ik ben gewoon nog niet goed genoeg, mooi genoeg, dun genoeg om te sterven. Ik verdien de dood niet, nog niet. Maar Lisa, ook ben ik zo dun, dat ik wegvlieg. En dan, dan houdt niets of niemand me tegen. Wacht maar, ik zal iedereen laten zien dat ik het wél kan. Ooit, ooit zal ik vrij zijn, vrij van de starende ogen, vrij van de kwetsende woorden, vrij van de afschuwelijke spiegelbeelden. En dan, Lisa, neem ik jou met me mee.’ Sharon, Sharon toch. Waarom kan ze zichzelf niet zien zoals wij haar zijn, prachtig, bijna perfect, maar bovenal verschrikkelijk mager. Met mijn 40 kilo steek ik maar 3 kilo meer boven haar uit en toch is er zo’n verschil tussen ons. Zij lijkt zo mager, zelfs ongezond, terwijl bij mij de spiegel alleen maar overtollig vet weergeeft. ‘Sharon, meis, als jij gaat, ga ik met je mee. Maar niet nu, niet hier en vooral niet zo! Sharon, ik hou van je, dat weet je. En tesamen kunnen wij dit halen. Tesamen…’ Haar ogen lichten even op, héél even zie ik een sprankeltje hoop, maar na één tel worden haar ogen weer de normale, droevige kijkers. Ik weet dat ik haar heb overhaalt, om nog even hier te blijven. Maar voor hoe lang? ‘Ik hou ook van jou.’ Fluistert ze, voor ze haar lippen op de mijne drukt.’



stiekem hou ik wel van dit stuk

Gone again.

Door de ogen van Lisa; 'Lisa, Lisa, HALLO?!’ Als door de bliksem geraakt, schiet ik wakker. ‘Sorry Bill, wat zei je?’ Bill lijkt al blij door het feit dat ik hem antwoord. ‘Ik vroeg of je al gegeten had?’ ‘Ja sorry’ lieg ik. Zoals ik altijd doe.


Door de ogen van Bill: En weer is ze weg, alsof ze voor even van deze wereld verdwijnt. Pas nadat ik m’n stem verhef en met m’n pasgelakte nagels voor haar gezicht zwaai lijkt ze weer tot de aarde te dalen. Ik zie een schittering van herkenning in haar ogen en weet dat ze weer weet wat er gaande is. ‘Geeft niet hoor, zin om anders straks iets te doen? Uiteindelijk is dit onze laatste dag vrij. Overmorgen begint de tour pas terug, maar vanaf morgen is het terug werken. De bus in naar het volgende hotel en daar alles gereed zetten. Jij moet daar vast bij helpen, dus als we nog iets tezamen willen doen, is het vandaag het moment.’ En weer is ze even weg.


Door de ogen van Lisa: Overmorgen begint de tour weer? Dan, dan zijn we momenteel nog maar 4 dagen onderweg. Met de dag bij mijn nonkel erbij is het nu welgeteld 5 dagen geleden dat ik Sofie, Maya en de rest van de bende heb gezien. Vijf dagen, vijf pietlullige dagen, een kleine week, een schoolweek. Vijf dagen waarin al zovéél is gebeurd. Deze vijf dagen, langs de ene kant de beste van mijn leven, langs de andere kant een diepte punt. Het is gewoon zo moeilijk om dit alleen door te maken, moest Sofie hier nu zijn. Zij heeft me geholpen na Sharon, zij is de enige die me toen heeft gekend. Zij is de enige die me op m’n slechtste, op m’n donkerste heeft gekend. En toch heeft zij me nooit laten vallen. Ik wou dat zij hier was, gewoon om me te sussen, om met me mee te gillen, mee te stressen, mee te wenen. Om me met m’n voeten op de grond te houden. Natuurlijk heb ik Bill nu wel, en ik weet dat hij er voor me wil zijn. Maar hij kent nog niet een héél klein deeltje van mij, van mijn verleden. Hoe graag je iemand ook kan zien, zonder de verstandshouding, zonder de herinneringen, zonder de perfecte woorden, sta je nog nergens. Langzaam steken de twijfels weer de kop op, maar als vanzelf vormt mijn mond woorden. ‘Natuurlijk, zie ik je om 15 uur, ik moet nog even wat regelen.’ Mijn woorden klinken met véél zelfzekerder dan dat ik me voel.


Door de ogen van Bill: En de waas waait weer over en klaar duidelijk krijg ik een antwoord. Vol zelfvertrouwen, jammer genoeg spreken haar ogen haar tegen…

sorry voor het saaie stukje (;

Stress

Stress

Door de ogen van Lisa:
‘SOFIEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEE!’ ‘Lisa! Eindelijk! Ik probeer je al eeuwen te bereiken en net als ik in de douche wil stappen en me moet beginnen haasten omdat ik over een uur verwacht wordt in de studio waar ik eindelijk die langverwachte shoot heb! Net nu moet jij me bellen, is het niet typisch. Net nu moet ik opstaan met gigantische zakken onder mijn ogen –ook wel wallen genoemd- en met ontploft haar, net nu komt het belangrijkste moment van mijn leven, en net nu bel jij mij! Maar meisje, begrijp me niet verkeerd, ik mis je. Ik mis je. Ik mis je. Duidelijk? Ik wou dat je nu bij me was, je weet me altijd op één of andere manier wel weer kalm te krijgen. Terwijl je zelf zo’n stresskip bent. Ik wou dat je hier was, je bent nog maar enkele dagen weg en nu al loopt alles mis. Robin zit met iets wat hij niet wilt vertellen en sluit zich nu al drie dagen op in zijn kamer, Maya loop pisnijdig omdat haar ma er is achter gekomen dat ze volgend jaar niet meer wil doorstuderen. En zelf heb ik het gevoel dat Chris me niet meer moet en..’ En ja, daar gaat Sofie weer, de eeuwige babbeltrien. Tegenover de buitenwereld is ze héél erg schuw en stil maar als ze je eenmaal heeft binnengelaten in haar eigen wereldje, zal je wel rap iets anders denken. Sofie is geweldig en bovenal gelukkig. Ze flipt misschien bij het minste en ziet soms dingen iets té ernstig, maar ze kan niet klagen. En dat weet ze zelf ook wel. Zij heeft het leventje waar ik nog niet eens over durf te dromen. Ouders die nog steeds perfect gelukkig getrouwd zijn, een oudere zus die haar alleen maar vertroeteld, een kast van een villa, een briljant stel hersens, een hart van goud en een perfect uiterlijk. En niets hoeft ze voor dit laatste te doen. Ze heeft lak aan make-up en toch straalt ze altijd. Ze haat sport, maar toch heeft ze hét droomfiguur. Ook hoor iedereen al denken, zijn al mijn vrienden zo prachtig? Ik weet het niet, ze zijn allemaal speciaal op hun eigen manier, wat hen juist zo mooi maakt. Sofie is géén typische schoonheid, het is net daarom dat men haar heeft uitgekozen voor een fotoshoot. Ik kan haar nu zo voor mijn ogen voorstellen, met haar handen in haar lange bruine krullen, zomersproetjes, maar een beetje zichtbaar. Een rode blos op haar wangen door de opwinding. ‘SOOOOFIE; wees eens rustig joh! Ik weet dat alles goed komt, wen maar al vast aan de stress want na deze shoots stromen de opdrachten vast binnen. Ik zou je graag wat vertellen over wat er hier allemaal gebeurd, maar ik neem aan dat je het al te druk hebt, niet?’ Onderbreek ik haar geraas. Met een piepend stemmetje kirt ze dat ze voor mij alle tijd van de wereld heeft. Maar ik zeg: ‘Sofie, ik wil het niet op m’n geweten hebben dat jij te laat komt op het startpunt van je carrière. Ik vertel je later wel alles. Over Bill, en de kus.’ Net voor ik snel toeleg hoor ik dat Sofie een luid gilletje slaakt.


Door de ogen van Sofie: Lisa; eindelijk. Ik weet niet hoe het komt, maar vanaf het moment dat ze is vertrokken naar Duitsland, verandert alles in onze vriendenkring. We komen nog steeds goed overeen, ik hou nog steeds zielsveel van Chris, maar het is gewoon anders. Als ik eindelijk haar stem hoor - na zo’n 20 berichten op haar voice-mail in de spreken – stroomt alles eruit. Dat het met Robin de foute richting opgaat en zelf met Maya niet wil praten en dat Chris steeds minder belangstelling voor me krijgt. Pas als ze mij onderbreekt dringt het tot me door dat zij zelf nog niks heeft verteld. Ze zit daar potverdomme wél met Tokio Hotel in éénzelfde hotel. Maar ik hoor iets over Bill, een kus, en weg is ze. Vlug typ ik weer haar nummer in, wat ik onderhand al vanbuiten ken.


Door de ogen van Lisa: Vlug leg ik mijn gsm weg want ik weet wat mijn plotse verkondiging en vertrek teweer zal brengen. En ja hoor, pas na zo’n 15 maal dezelfde beltoon te moeten aanhoren, zwijgt m’n gsm eindelijk. Ik weet dat ik Sofie misschien nog wel meer stress bezorgd, maar ik weet dat het goed voor haar is. Deze stress zal ervoor zorgen dat ze het nog fantastischer gaat doen, als dat mogelijk is natuurlijk. Sofie, wat zou ik toch zonder haar zijn…


géén nieuwe deeltjes zonder reacties (;

DEEL 30; Wij tegenover de wereld.

DEEL 30; Wij tegenover de wereld.

Door de ogen van Georg: ‘Komaan Bill, doe toch niet zo kinderachtig. Het was een grapje!’ Ik probeer overtuigend te klinken, maar ik weet dat het niet over komt. ‘Kinderachtig? Dan doe IK kinderachtig? Wie verteld er hier leugens aan zijn beste vriend? Uit pure jaloezie? Nooit gedacht dat iemand zo laag kon vallen! En laat me nu met rust, ik ga zo meteen weg met Lisa, je belachelijke actie heeft helemaal niks uitgemaakt!’ ‘Maar Bill..!’ Met een klap smijt hij de deur voor mijn neus toe. Ik wil achter hem aanlopen, maar bedenk me op het laatste moment. Uiteindelijk heeft hij wel gelijk.

Door de ogen van Bill: Ik dacht eerlijk gezegd dat ik niet boos zou zijn, maar vanaf ik Georg zijn face zag, barst ik los. Hoe kwam hij er in hemelsnaam bij dat hij, juist hij!, mij moest behelpen van het kwaad. Zo omschreef hij het toch. Hij, hij kan gewoon niet leven met wat er vroeger is gebeurd. Met Melissa, en haar vertrek. Hij moest eens weten wat daar juist de oorzaak van was, maar nee, zover heeft hij nooit gedacht. Hij dacht maar dat Melissa door en door slecht was en hem gewoon heeft laten zitten. Wat kan Georg toch oppervlakkig en dom zijn. Maar dit, dit is iets van mij, en hij moet er met zijn fikken afblijven. Want dit zou misschien kunnen lukken, misschien. Want ik en meisjes, het is niet alles hoor. Men denkt ofwel dat ik homo ben, ofwel dat ik nog steeds maagd ben omdat ik gewoon te verlegen en lief ben, ofwel dat ik het met iedereen die ik tegenkom, na elk concert, in elke stad, doe. Wat zijn sommige mensen toch dom. Hoe kunnen ze ooit denken dat ze mij begrijpen, me kennen.

Door de ogen van Dorien: Ik zit rustig in m’n kamer een modeblad te bekijken als ik luid gevloek uit Lisa’s kamer hoor. Als vanzelf storm ik m’n kamer uit en loop bij Lisa vanbinnen. En ja, weer dacht ‘k weer het ergste, ookal blijkt er nu niks aan de hand te zijn. Gesneden, bij het scheren welteverstaan, het kan gebeuren. Met rood op de wangen druip ik af, wat voor Lisa nogal vreemd moet geweest zijn.

Door de ogen van Lisa: ‘Aaa, GODVERDOMME!’ Waarom maakt men die scheermesjes ook zo scherp, oké domme vraag, en waarom ben ik ook zo lomp! Ik schrik me een ongeluk als Dorien m’n kamer binnenvliegt en al het bloed uit haar gezicht weg trekt als ze het scheermesje in mijn hand ziet. Vluchtig probeert ze de situatie over te zien en pas langzaam dringt het tot haar door dat er helemaal niks gebeurd is. Nog nooit zag ik iemand zo rap van kleur veranderen. Ze fluistert een vluchtige sorry en struikelt mijn kamer uit. Dacht ze nou heus dat ik mezelf… Misschien is het niet eens zo vreemd. Maanden heb ik het gedaan, maar uiteindelijk loste het toch helemaal niks op. Even de verlossing, maar daarna kwam al snel weer de paniek, de woede, de schaamte. Het eeuwig verstoppen en liegen, ik kreeg er gewoon genoeg van. Van de ene dag op de andere ben ik gestopt. En niemand heeft er ooit van geweten. Niemand, buiten Sharon. Ik moest het haar niet vertellen, ze zag zo door me heen. Ze wist het, en ze begreep het. We hadden beiden onze eigen wegen om onze problemen te ontlopen. Eerst dan toch. Maar al snel liepen we tesamen. Wij tegenover de wereld. En ik die dacht dat we het zouden aankunnen…


I'm back

Door Renate i.s.m renatesfanstory.startspot.nl
Hosting en scripting door: MPlay.nl
Er staan 6 links op deze pagina.
Opmerkingen of suggesties?